Volgens artikel 1:4 van de APV 2011 kunnen aan een vergunning voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. Verder bepaalt artikel 1:5 van de APV 2011 dat een vergunning persoonsgebonden is. Op grond van artikel 1:6, onder b, van de APV 2011 kan een vergunning worden gewijzigd of ingetrokken als sprake is van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van een vergunning.
Artikel 1:7 van de APV 2011 bepaalt dat de vergunning voor onbepaalde tijd geldt, tenzij bij de vergunning anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. Ook bepaalt de Europese dienstenrichtlijn dat vergunningen in principe voor onbepaalde tijd verleend moeten worden tenzij de aard van de vergunning zich hiertegen verzet.
Deze richtlijn heeft echter geen betrekking op de handel in goederen. Dit zou formeel inhouden dat daarin onderscheid gemaakt kan worden. VNG adviseert echter daarin dat het beter is om de regimes zoveel mogelijk gelijk te trekken. Ook vanuit het gelijkheidsbeginsel is dit beter.
Deze lijn wordt ook gevolgd in Almere. Een vergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend als de aard van de vergunning zich daartegen verzet. Daarvoor worden de volgende voorwaarden gehanteerd.
Geldigheid vergunning
Om ervoor te zorgen dat er geen problemen ontstaan met betrekking tot de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, milieu, welstand of het verzorgingsniveau voor consumenten, worden vergunningen voor nieuwe standplaatslocaties in eerste instantie voor bepaalde periode verleend. Vergunningen voor bepaalde tijd kunnen worden omgezet naar vergunningen voor onbepaalde periode. Hierbij wordt volgende beleidslijn gehanteerd.
Een vergunning voor een nieuwe standplaatslocatie wordt voor een periode van één jaar verleend met een optie voor verlenging van de vergunning voor één jaar.
In de periode van één jaar moet de vergunninghouder zich aan de voorschriften van de vergunning houden om in aanmerking te komen voor een verlenging van de vergunning van één jaar en;
In de periode van één jaar mogen er geen (gegronde) klachten of handhavingsverzoeken zijn ontvangen om in aanmerking te komen voor een verlenging van de vergunning voor één jaar.
Om in aanmerking te komen voor een vergunning van onbepaalde periode moet de locatie geschikt zijn om voor onbepaalde tijd als locatie voor een standplaats te dienen (uitgangspunt is hierbij de toets aan de hand van de weigeringsgronden van artikel 5:14 van de APV 2011).
Voor de afloop van de termijn van de vergunning voor bepaalde periode, wordt het functioneren van de standplaats geëvalueerd, waarna er, aan de hand van een aanvraag, een beslissing wordt genomen op al of niet verlenen van de vergunning voor (on)bepaalde periode.
Verder kan een vergunningaanvrager zelf verzoeken om een vergunning voor bepaalde tijd.
Een vergunning voor een tijdelijke standplaats is geldig voor één dag en wordt voor maximaal 12 dagen per jaar verleend.
Persoonsgebonden
De vergunninghouder moet aanwezig zijn bij het innemen van zijn standplaats en de vergunning is niet overdraagbaar. Van deze regel kan worden afgeweken indien de vergunninghouder door ziekte, vakantie of andere bijzondere omstandigheden niet aanwezig kan zijn tot een maximum van 6 weken. Een vervanger kan dan zijn plaats innemen. Wel dient de vervanger aan te tonen dat hij in loondienst is bij de vergunninghouder. Ook dient de vergunninghouder de vervanging vooraf te melden of aan te tonen dat deze vervanger als leidinggevende in de vergunning is vermeld.
Toekomstige ontwikkelingen en ruimte voor nieuwe initiatieven
Almere is een stad die sterk in ontwikkeling is. Vanuit dit oogpunt moet er door de standplaatshouder rekening worden gehouden met eventuele nieuwe initiatieven en/of ontwikkelingen in de stad. Dit houdt in dat een standplaatsvergunning gewijzigd of ingetrokken kan worden indien vanwege nieuwe omstandigheden of nieuwe inzichten in een bepaald gebied de standplaats niet meer past. Voor het wijzigen of intrekken van een vergunning moet wel voldaan worden aan het zorgvuldigheids- en proportionaliteitsbeginsel.