De FG heeft een wettelijke toezichthoudende taak. Om die reden kan en mag zij zich niet met de dagelijkse uitvoerende privacywerkzaamheden bezighouden. Deze taken zijn daarom strikt gescheiden. Met de dagelijkse werkzaamheden is de Privacy Officer (PO) belast. De functie PO is geen formele functie maar de werknaam voor de functionaris die zich bezighoudt met de praktische en uitvoerende privacywerkzaamheden. Het college van B&W legt wel in een besluit vast wie de rol van PO vervult. Daarmee is het voor de organisatie duidelijk wie het praktische eerstelijns aanspreekpunt is voor alle privacyvraagstukken. Uiteraard blijft ook voor de organisatie de mogelijkheid bestaan om zich direct tot de FG te wenden.
De PO heeft de volgende taken:
Aanspreekpunt voor en ondersteuning van de FG;
Verstrekken van informatie en advies over de dagelijkse praktijk aan de FG;
Samenwerken met de FG om de adviezen van de FG toe te passen en/of uit te voeren;
Initiëren en samen met taakverantwoordelijke binnen de organisatie uitvoeren van DPIA’s;
Contactpersoon voor betrokkenen voor vragen, verzoeken, klachten en andere zaken die verband houden met de verwerking van hun persoonsgegevens;
Eerstelijns vraagbaak voor de organisatie voor alle privacyvraagstukken;
Gevraagd en ongevraagd de organisatie adviseren over de juiste toepassing van de privacywet en –regelgeving;
In overleg met de FG beoordelen van datalekken en deze zo nodig melden bij de AP en de betrokkene;
Bijhouden van het verwerkingenregister en het datalekregister;
Het opstellen en afsluiten van verwerkersovereenkomsten.