Als bij het maken van opnames vooraf duidelijk is dat persoonsgegevens worden vastgelegd, dan worden de betrokkenen daar zoveel mogelijk vooraf over geïnformeerd. Voor het informeren kunnen verschillende manieren worden toegepast. De informatie moet zodanig zijn dat de betrokkenen op de hoogte kunnen zijn van het feit dat er opnames worden gemaakt, en daarover een beslissing kunnen nemen. Een verzoek door een betrokkene om niet beeld gebracht te worden of om de beelden onherkenbaar te maken, wordt altijd gehonoreerd, tenzij dit technisch vrijwel onmogelijk is of er zwaarwegende belangen zijn die het niet honoreren van het verzoek rechtvaardigen.
Voorbeelden van vooraf informeren zijn: informatiebord bij de toegang, het tonen van de beelden op een monitor, het zichtbaar zijn van de camera (zonder dat de betrokkene al in beeld is), een mededeling in een uitnodiging of een ontvangstbevestiging.