Op basis van de uitkomst van een periodiek(her) onderzoek kan geconcludeerd worden dat een eerdere toekenning moet worden herzien of ingetrokken op basis van één van de gronden die genoemd zijn in lid 1 artikel 20. Met name de onder a, d en e genoemde gronden zijn van belang in het kader van handhaving. Het gaat dan om de eerste om het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens. Dat is schending van de inlichtingenplicht (zie artikel 2.3.8 lid 1 Wmo 2015). Een andere grond om een toekenning te herzien of in te trekken, is het niet voldoen aan de daarbij gestelde verstrekking voorwaarden (d).
De beslissing herziening of intrekking van een toekenning treedt in met terugwerkende kracht.
Besluiten tot een herziening of een intrekking van een eerder toegekende voorziening moet goed onderbouwd worden. Het betreft belastende besluiten waarvoor een zwaardere motiveringsplicht geldt (zie 3:7 Awb)
Artikel 17.
Herziening, wijziging en terugvordering Wmo en Jeugdhulp
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2022