De Wet geluidhinder hanteert een voorkeursvolgorde, te weten:
Maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld het vervangen van de wegverharding door een stillere verharding of een snelheidsverlaging);
Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld met een geluidsscherm);
Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld een dove gevel).
Bronmaatregelen
Bronmaatregelen zijn maatregelen die getroffen worden aan de geluidsbron. Bij wegverkeerslawaai zijn bronmaatregelen het vervangen van de wegverharding door een stillere verharding of het verlagen van de maximum snelheid. Toepassing van een stillere verharding geeft een verlaging van de geluidsbelasting met enkele dB's. Op kruispunten kan een stillere verharding niet worden toegepast vanwege de hoge slijtage van dit wegdek bij optrekkend, afremmend of afslaand verkeer. Verlaging van de maximum snelheid van bijvoorbeeld 80 km/uur naar 50 km/uur geeft een verlaging van de geluidsbelasting met 3 dB.
Bij railverkeerslawaai kan de geluidsbelasting met enkele dB's worden terug gebracht door het aanbrengen van raildempers.
Voor zowel wegverkeer als railverkeer geldt dat de beheerder van de (spoor-)weg bereid moet zijn de maatregel te treffen.
Overdrachtsmaatregelen
Met overdrachtsmaatregelen worden geluidsschermen en geluidswallen bedoeld. Met deze maatregelen kan een forse afname van de geluidsbelasting worden bereikt. Met een geluidscherm van enkele meters hoog op korte afstand van de (spoor-)weg is een afname van de geluidsbelasting met 10 dB haalbaar.
Toepassing van overdrachtsmaatregelen stuit regelmatig op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard. Vanuit stedenbouw is het namelijk vaak niet wenselijk om in een bebouwde omgeving een geluidsscherm tussen de weg en het trottoir te plaatsen. Om een verkeersveilige situatie te behouden kunnen geen schermen worden geplaatst bij kruispunten of opritten. Een scherm kost al snel circa € 600,-/m². De kosten van een scherm met een hoogte van enkele meters en een lengte van 30 meter bedragen hiermee circa € 50.000,-.
Overwogen kan worden om bij het ontwikkelen van een woonwijk langs een drukke weg de eerstelijnsbebouwing de functie van geluidsscherm te geven. Wanneer de eerstelijnsbebouwing parallel aan de weg wordt gebouwd en bestaat uit geschakelde gebouwen ontstaat een effectieve afscherming voor de achterliggende woningen. De consequentie van deze minder dure oplossing is wel dat bij de eerstelijnsbebouwing hogere geluidsbelastingen ontstaan dan bij de plaatsing van een scherm op korte afstand van de weg.
Maatregelen bij de ontvanger
Met maatregelen bij de ontvanger worden voorzieningen bedoeld die deel uitmaken van het gebouw. Dit is bijvoorbeeld een gesloten borstwering van een balkon of het geluidsabsorberend uitvoeren van het plafond van een balkon. Hiermee kan de geluidsbelasting van de gevel achter het balkon met enkele dB's worden terug gebracht. Met de toepassing van een vliesgevel over de volledige gevel kan een aanmerkelijk hogere reductie worden gehaald.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.1
Bron, overdracht, ontvanger
Onderdeel van Beleidsregel Hogere waarden 2018