Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Juridische aspecten

Onderdeel van Beleidsnotitie Mantelzorgwoningen Oost Gelre

WOZ-waarde Vanaf 2017 telt een tijdelijke mantelzorgwoning in de tuin niet meer mee voor het bepalen van de WOZ-waarde. Uitzondering hierop zijn mantelzorgwoningen als aanbouw van de hoofdwoning of een verbouwde schuur. Dit staat in de nieuwe Waarderingsinstructie die geldt vanaf 1 januari 2017. Burenrecht Het Burgerlijk Wetboek bepaalt de bevoegdheden en verplichtingen van eigenaren van naburige erven. De belangrijkste bepalingen zijn dat men geen hinder mag veroorzaken. Hinder kan bestaan uit geluidsoverlast, trillingen, stank, rook, het onthouden van licht of lucht of het ontnemen van steun (art. 5:37 BW). Bij plaatsing van een mantelzorgwoning in een te kleine tuin, kan strijdigheid met het burenrecht ontstaan. De buren kunnen in dat geval een civielrechtelijke procedure aanspannen en eisen dat de mantelzorgwoning wordt verwijderd dan wel een schadevergoeding eisen. Uitkeringen, toeslagen en zorgindicaties Mantelzorgers en de personen die zij verzorgen moeten er rekening mee houden dat als de mantelzorgwoning geen eigen adres heeft, er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Het verdient dan ook aanbeveling dat gemeenten mantelzorgers en de persoon die zij verzorgen hierop wijzen. Zo kan een inwonende ouder voor de bepaling van de hoogte van de huurtoeslag van de mantelzorger worden aangemerkt als ‘medebewoner’. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen van de huurder, diens partner en de medebewoner. Tenslotte kan het voeren van een gezamenlijk huishouden van invloed zijn op voorzieningen die de gemeente verstrekt in het kader van de Wmo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel