Naar hoofdinhoud
Ter verduidelijking van de in artikel 151d Gemeentewet en artikel 2:78 APV gehanteerde methodiek en begrippen geldt, in navolging van en in lijn met hetgeen daarover is vermeld in de Memorie van Toelichting op de Wet aanpak woonoverlast het volgende: Afbakening ten opzichte van andere bevoegdheden ter bestrijding van overlast vanuit een woning. Op eerste plaats geldt dat het instrument van de gedragsaanwijzing van artikel 2:78 APV in de regel pas in beeld komt, indien andere bevoegdheden geen soelaas bieden. Het is daarmee vooral de aard van de “ernstige en herhaaldelijke overlast” zelf die bepaalt welke bestuurlijke bevoegdheid kan worden aangewend. Bij drugsoverlast kan bijvoorbeeld een beroep kunnen worden gedaan op artikel 13b Opiumwet, bij bouwkundige gebreken komt de Woningwet in beeld en bij een verstoring van de openbare orde (of dreigende ernstige verstoring) rond de woning als gevolg van gedragingen in de woning kan de toepassing van artikel 174a Gemeentewet worden overwogen. De burgemeester komt beleidsvrijheid toe in de afweging of er geen andere geschikte wijze is om de hinder tegen te gaan. Dat kunnen ook andere middelen zijn dan de uitoefening van bestuurlijke bevoegdheden. Voorbeelden van andere manieren om overlast te bestrijden zijn het geven van een waarschuwing, het gebruik van mediation of buurtbemiddeling of het door het slachtoffer zelf of door de verhuurder van de woning van de overlastgever aanspannen van een civiele procedure. Wel wil ik daarbij benadrukken dat het voorgaande inhoudt dat artikel 2:78 APV ook “naast” of “in afwachting van” andere maatregelen kan worden ingezet. Indien bijvoorbeeld een verhuurder een civiele procedure tegen een huurder start vanwege herhaaldelijke geluidsoverlast in de nachtelijke uren, kan ik besluiten om in afwachting van de rechterlijke uitspraak een dwangsom op te leggen om verdere geluidsoverlast te voorkomen. Ook kan, met het doel om partijen “aan tafel te krijgen”, het instrument worden ingezet om escalatie te voorkomen en de verhoudingen tussen buren enigszins te normaliseren. Ook kan de inzet van artikel 2:78 APV in bepaalde gevallen juist minder vergaande consequenties hebben dan bestaande wettelijke instrumenten. Het geven van een “specifieke” aanwijzing op grond van artikel 2:78 APV kan bijvoorbeeld veel minder ingrijpende gevolg hebben dan het sluiten van een woning op grond van artikel 13b Opiumwet of artikel 174a Gemeentewet. Sluiting kan aldus in voorkomende situaties worden gezien als een niet of minder geschikte wijze om de overlast tegen te gaan. Uiteraard zal dit van geval tot geval moeten worden beoordeeld wat de meest passende optie is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel