Het is mogelijk dat waarnemingen in de dataset aanwezig zijn waarvan het aannemelijk is dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoren (zogenoemde 'extremen'). Conform de richtlijn Bodemkwaliteitskaarten dient van deze gehalten te worden bepaald of ze:
deel uitmaken van de achtergrondgehalten;
afkomstig zijn van een lokale puntbron;
het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens.
Wanneer blijkt dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, wordt de betreffende waarde buiten de data set gehouden voor het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en worden de gehalten meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.
Op basis van de gegenereerde uitbijterlijst hebben de samenwerkende omgevingsdiensten beoordeeld waar sprake is van uitbijters. In enkele gevallen zijn uitbijters verwijderd. Hierover is meer opgenomen in hoofdstuk 5. Naast deze uitbijteranalyse bleek dat er van één onderzoek meerdere analyseresultaten onjuist waren ingevoerd in het bodeminformatiesysteem. Dit onderzoek is uiteindelijk in overleg met de betreffende omgevingsdienst verwijderd uit de dataset.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.3
Uitbijteranalyse
Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant