Om gebruik te kunnen maken van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel moet de herkomstlocatie 'onverdacht' zijn ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging c.q. een bodemkwaliteit hebben die naar verwachting niet afwijkt van de lokale bodemkwaliteitsklasse. Gelet hierop zijn de volgende verdachte locaties en gebieden uitgesloten:
(voormalige) stortplaatsen;
(voormalige) saneringslocaties;
locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond;
locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden;
locaties waar brand is geweest;
locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt;
locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling;
Rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen inclusief de onverharde bermen;
Defensieterreinen;
(Voormalige) zinkassenwegen en erven;
Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven;
Voormalige vloeivelden gelegen tegenover de (voormalige) Batafabriek;
Waterbodems.
Deze verdachte locaties en gebieden zijn uitgesloten van het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel. De kwaliteitsklasse dient in dat geval op een andere wijze aangetoond te worden.
Ook als in de grond bodemvreemd materiaal of andere zintuiglijke waarnemingen worden aangetroffen die duiden op een plaatselijke bodemverontreiniging (bijv. puin, koolas, sintels, asbest, olie-, oplosmiddelen- of andere afwijkende geur, niet-natuurlijke verkleuringen, etc.), dan dient de grond als verdacht te worden beschouwd.
Indien de bodem van of eventueel vrijkomende grond afkomstig van de voormalige vloeivelden gelegen tegenover de (voormalige) Batafabriek onderzocht wordt, dient de bodem en vrijkomende grond aanvullend onderzocht te worden op de parameters chroom III en chroom VI. De voormalige vloeivelden zijn weergegeven op figuur 3.1 (paars gearceerd).
Figuur 3.1:Ligging vloeivelden (voormalige) Batafabriek (verdacht op chroom III en chroom IV)
Toets herkomst
Om te bepalen of een locatie onverdacht is, dient minimaal een bodemtoets uitgevoerd te worden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het formulier 'toets herkomst'. Bij gebruik van de bodem-kwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel, dient dit formulier volledig ingevuld bij de melding te worden toegevoegd. Het formulier is opgenomen in bijlage 10.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.2
Uitgesloten locaties en gebieden
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Best