Bij de carrousel kunnen meesprekers het woord voeren. Daarbij gelden de volgende
bepalingen:
De carrouselvoorzitter vraagt bij aanvang van elk agendapunt wie van de toehoorders gebruik willen maken van het meespreekrecht.
De meespreektijd van een meespreker bedraagt maximaal 5 minuten, tenzij op de agenda anders is aangegeven. De carrouselvoorzitter kan hiervan in bijzondere gevallen afwijken en de meespreektijd maximeren.
De carrouselvoorzitter geeft de meesprekers die zich daarvoor hebben opgegeven het eerst het woord.
De carrouseldeelnemers kunnen vragen stellen die door de betrokken meesprekers worden beantwoord.
Daarna wordt de behandeling conform de agenda voortgezet.
Het presidium kan bepalen dat er bij een carrousel geen meespreekrecht is en legt dit vast op de agenda.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4
Artikel 37
Meespreekrecht
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2022