Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer het vermoeden bestaat dat een (collega-)raadslid zich mogelijk schuldig maakt aan een integriteitsschending, dan is de eerste stap om zelf contact op te nemen met dit raadslid. Er zou sprake kunnen zijn van een misverstand of onwetendheid. Mocht de gedraging zich daarvoor niet lenen, of er zijn andere redenen om dit gesprek niet aan te gaan, dan is er de mogelijkheid om (het vermoeden van) een integriteitsschending te melden. 2.. Wanneer men zich geconfronteerd voelt met integriteitsvraagstukken is het raadzaam een klankbord op te zoeken voordat men een melding doet. Dit klankbord kan bijvoorbeeld gevonden worden bij de burgemeester of de griffier. 3.. Een melding van (een vermoeden van) een integriteitsschending door een raadslid kan door een ieder worden ingediend bij de burgemeester. Er kan ook sprake zijn van een melding wanneer signalen over integriteitsschendingen van raadsleden de burgemeester bereiken vanuit de pers, sociale media of andere bronnen. 4.. Anonieme meldingen worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij de aard van de melding hierom vraagt. Een melder kan wel aangeven bij de burgemeester anoniem te willen blijven. 5.. In het geval het (een vermoeden van) een integriteitsschending door de burgemeester in hoedanigheid van raadsvoorzitter betreft, kan melding worden gedaan bij de plaatsvervangend raadsvoorzitter. In dit geval kan de burgemeester in de tekst van dit protocol vervangen worden door plaatsvervangend raadsvoorzitter. 6.. De burgemeester bevestigt schriftelijke de ontvangst van de melding. 7.. De burgemeester verzoekt de melder discretie te betrachten in deze fase van de melding. 8.. De burgemeester informeert de persoon die de melding betreft over de inhoud van de melding, tenzij de omstandigheden dit beletten.

Rechtspraak bij dit artikel