Inleiding
Het aanbrengen van reclames is geregeld in artikel 4.7.2 van de APV. Op grond van dit artikel is het de rechthebbende op een onroerend goed verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders dit goed of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik toe te laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.
Onder reclames moeten in dit verband worden verstaan reclameborden, lichtbakken, losse (neon) letters, terrasafscheidingen, figuren etc.
Het verbod geldt niet indien er sprake is van tijdelijke aankondigingen (niet meer dan 9 weken) of in gevallen waar de Woningwet van toepassing is. De Woningwet is van toepassing indien sprake is van bouwen. Onder “bouwen” wordt krachtens artikel 1, lid 1, onder a van de Woningwet verstaan: “Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats.”
Hieruit volgt dat in de meeste gevallen de Woningwet van toepassing zal zijn en de APV dus niet geldt.
Toetsing aan het (per 1 januari 2003 in werking getreden) Besluit bouwvergunningvrije en licht- bouwvergunningplichtige bouwwerken levert het volgende resultaat op.
Indien het reclamebord, gemeten vanaf het aansluitend terrein, minder dan 1 m hoog is en de bruto- oppervlakte minder is dan 2 m² en het voor-, zij- of achtererf voor niet meer dan 50% wordt bebouwd, is sprake van bouwen van beperkte betekenis en hiervoor is geen bouwvergunning nodig. Voor reclameborden tot 3 m hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, en met een bruto- oppervlakte van minder dan 5 m², geldt de eis van een lichte bouwvergunning. Voor overige bouwwerken geldt de normale vergunningeis.
In het geval er sprake is van een vergunningvrij bouwwerk is er geen bouwvergunning vereist, doch bestaat wel de mogelijkheid om (achteraf) het bouwwerk te laten beoordelen op redelijke eisen van welstand. (zie artikel 19 Woningwet). Er kan dus sprake zijn van repressief welstandstoezicht.
Huidig beleid
Het huidige beleid is er op gericht excessen op het gebied van reclameborden aan te pakken. Als er een illegaal reclamebord wordt ontdekt, wordt in eerste instantie de mogelijkheid gegeven een (bouw)vergunning aan te vragen. Indien men daartoe niet bereid is, wordt er een aanschrijving bestuursdwang uitgedaan. De aanvraag wordt voorgelegd aan de welstandscommissie en getoetst aan redelijke eisen van welstand.
Nieuw beleid
Het huidige beleid continueren.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.8
Reclames bij bedrijfspanden e.d.
Onderdeel van Reclamebeleid gemeente Waalre