Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2.. Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van het voorstel schriftelijk of elektronisch wensen of bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3.. Nadat het college schriftelijk of elektronisch wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende BOB-cyclus geplaatst. Als de oproep voor de eerstvolgende beeldvormende vergadering reeds verzonden is wordt het voorstel geagendeerd voor de daaropvolgende BOB-cyclus.

Rechtspraak bij dit artikel