Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 3.

Artikel 5.

Benoeming wethouders na onderzoek geloofsbrieven en analyse bestuurlijke integriteit

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden door of vanwege de raad van Hoeksche Waard 2022

1.. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de ingevolge het eerste lid van artikel 3 ingestelde commissie of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en verlangt deze commissie van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 2.. De commissie als bedoeld in dit artikel brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoembaarheid van de kandidaat tot wethouder. Van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in het advies. 3.. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn van een wethouder opdracht om de kandidaat voor het wethouderschap te onderwerpen aan een risicoanalyse bestuurlijke integriteit. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. De raad betrekt de analyse en de conclusie bij zijn beslissing over de benoeming van de kandidaat tot wethouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel