**1..** Een raadslid, een wethouder of de burgemeester die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht in de vergadering bij het vaste agendapunt ‘Mededelingen’ verslag te doen van zaken die in het algemeen bestuur of het gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn of zijn geweest. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de oordeelsvormende vergadering.
**2..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 50 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing.
**3..** Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid van dit artikel ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen als bedoeld in artikel 51 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing.
**4..** De raad kan uit zijn midden één of meer rapporteurs aanwijzen per gemeenschappelijke regeling. De raad stelt hierbij de taakomschrijving vast van de rapporteur.
**5..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 55.
Aanwijzen rapporteurs en verslag en verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden door of vanwege de raad van Hoeksche Waard 2022