Op grond van art. 149 van de Gemeentewet maakt de raad verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. De ambulante handel en het beleid dienaangaande mogen tot de huishouding van de gemeente gerekend worden. De raad heeft in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor Renkum bepalingen vastgesteld o.a. ten aanzien van straathandel.
Het college van burgemeester en wethouders verleent een standplaatsvergunning op grond van artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Ook de Warenwet, Winkeltijdenwet en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn van toepassing.
1.3.1Weigeringsgronden
Op grond van artikel 1:8 van de APV kan een vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:
**a..** de openbare orde;
**b..** de openbare veiligheid;
**c..** de volksgezondheid;
**d..** de bescherming van het milieu.
Daarnaast kan een standplaatsvergunning op grond van artikel 5:18 lid 3 in de volgende gevallen worden geweigerd:
**a..** indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
**b..** indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
1.3.2Duur van de vergunning
Standplaatsvergunningen worden verleend voor een periode van maximaal vijf jaar.