Naar hoofdinhoud
1.. De bevoegdheden als bedoeld in artikel 1 worden niet uitgeoefend indien het college van burgemeester en wethouders of de betrokken portefeuillehouder, aan de gemandateerde kenbaar heeft gemaakt dat de te nemen beslissing aan het bevoegde bestuursorgaan moet worden voorgelegd. 2.. De functionaris aan wie de bevoegdheid is opgedragen legt een besluit in ieder geval vooraf aan het bevoegde bestuursorgaan voor indien: A.. de te nemen beslissing afwijkt van bestaand beleid, richtlijnen of voorschriften. B.. het voornemen bestaat tot aanvulling of wijziging van bestaand beleid, richtlijnen of voorschriften. C.. uit de te nemen beslissing ingrijpende financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien. D.. het een besluit betreft dat buiten het reguliere toetsingskader valt. 3.. De uitgaande stukken worden als volgt ondertekend: Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem, namens het college, gevolgd door de naam van de functionaris, de functieaanduiding en zijn handtekening

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel