Naar hoofdinhoud
Particuliere afvoerleidingen met een diameter groter dan 160 mm moeten op een openbare inspectieput aangesloten worden. Verbindingen in de buitenriolering moeten waterdicht en stankvrij zijn; daartoe moeten de hulpstukken zijn voorzien van ingevulcaniseerde rubberring-afdichtingen. Voorzieningen die een goede beluchting en ontluchting van het gemeentelijk rioolstelsel via hemelwaterafvoeren en standleiding verhinderen of beperken zijn niet toegestaan. Bij het aansluiten van bestaande huisrioleringssystemen moeten eventueel nog aanwezige stapelputten, zinkputten en/of septictanks verwijderd of afgekoppeld worden. De aansluitleiding moet een gronddekking op de buis van 60 – 80 centimeter hebben op de erfgrens. Dit is mede afhankelijk van het gekozen of bestaande dwarsprofiel. Als buizen dieper gelegd worden, kan het voorkomen dat de aansluiting niet gerealiseerd kan worden door de aanwezigheid van kabels en leidingen. In de aansluitleiding moet een voorziening zijn aangebracht ter voorkoming van het terugvloeien van afvalwater, fecaliën en hemelwater, ingeval de leiding te laag ligt om op het openbaar riool te lozen of het lozingstoestel beneden maaiveld ligt. De aansluiting moet zodanig uitgevoerd zijn dat de dichtheid van de aansluiting gehandhaafd blijft bij enige zetting van het bouwwerk of de buitenriolering.

Rechtspraak bij dit artikel