**1..** Het college neemt kennis van de wens van de cliënt en beoordeelt op basis van zorginhoudelijke- en participatiecriteria waar de cliënt de beste ondersteuning kan vinden voor de korte en langere termijn.
**2..** Het college stelt vast wat de gemeente van herkomst was voorafgaand aan het moment van melding.
**3..** Het college onderzoekt in welke gemeente of regio een beschermd wonen traject de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de cliënt.
**4..** Het college betrekt bij dit onderzoek in elk geval de wens van de cliënt. Het college voert een onderzoek uit op basis van de in tabel 1 genoemde criteria:
Onderzoekscriteria
Subcriteria
Recht op toegang tot voorziening beschermd wonen
1. De cliënt is 18 jaar of ouder en kan zich niet zelfstandig handhaven in de samenleving. Client ervaart een ernstig nadeel en kan dit niet op eigen kracht oplossen, of gebruik maken van andere
voorzieningen die leiden tot een oplossing of herstel.
2. Er is van psychische en psychosociale problemen of een
psychiatrische ziektebeeld dat is vastgesteld door een ter zake deskundige (zoals een arts, psychiater, gz-psycholoog of verpleegkundig specialist).
3. Een intramurale behandeling voor de psychiatrische aandoening/beperking is afgerond of staat niet meer op de voorgrond.
4. Er is geen sprake van een acute situatie in de geestelijke gezondheid en/of ander levensdomeinen.
5. Verblijf in een instelling met daarbij behorende ondersteuning is noodzakelijk.
6. De cliënt accepteert (op termijn) een begeleiding / ontwikkeltraject dat gericht is op het realiseren van een situatie waarin de cliënt zich weer op eigen kracht kan handhaven in de samenleving.
Participatiefactoren
1. Een sociaal netwerk dat een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
2. Bestaand werk en/of dagbesteding.
3. Al ingezette scholing.
4. Lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten.
Zorginhoudelijke factoren
1. De behoefte aan een specifieke aanpak of specifieke voorziening.
2. Eventuele veiligheid risico’s op de huidige woonplek.
Overige factoren
1. Een sociaal netwerk dat een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
2. Actuele criminele activiteiten van de cliënt.
3. Maatregelen die opgelegd zijn aan de cliënt.
4. Andere gegronde redenen om tegemoet te komen aan de wens van de cliënt.
**5..** De wensgemeente waar de cliënt zich meldt voor een beschermde woonvoorziening, treedt in overleg met de gemeente van herkomst, om een goed beeld van de cliënt te krijgen en zo tot een passend besluit te komen. Ook onderzoekt de wensgemeente of in de gemeente van herkomst of de centrumgemeente waartoe deze gemeente behoort, passend ondersteuning beschikbaar is die positief bijdraagt aan het herstel van de cliënt. Hoewel de gemeente een beleidsvrijheid heeft bij het hanteren van eigen criteria, hebben gemeente wel de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de cliënt niet onnodig te belasten.
**6..** Als uit het onderzoek blijkt dat een traject in de beschermd wonen in een andere gemeente of regio de grootste kans van slagen heeft, dan betrekt het college deze gemeente bij het onderzoek.
**7..** Het college voert het onderzoek, zoals bedoeld in lid 4 en 5, zo spoedig mogelijk uit, maar in elk geval binnen 6 weken, tenzij er redenen zijn, buiten de invloed van het college, die dit onmogelijk maken.
**8..** Het college legt de uitkomsten van het onderzoek vast in een plan van aanpak.
**9..** Het college neemt op basis van het onderzoek een besluit.
Hoofdstuk 2
Artikel 3