Naar hoofdinhoud
1.. De exploitant/leidinggevende is verplicht tot een zodanige exploitatie van het bedrijf dat geen bedreiging van de openbare orde of verstoring van het woon- en leefklimaat plaatsvindt; 2.. De leidinggevenden zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat er in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten als genoemd in de Opiumwet; 3.. Het is verboden in het horecabedrijf middelen, als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet (soft- en harddrugs) voorradig te hebben, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren of te vervaardigen alsmede te gedogen dat anderen de inrichting hiertoe gebruiken; 4.. In de openbare inrichting mogen zich geen personen ophouden, die in het bezit zijn van wapens zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie; 5.. De vergunninghouder is altijd verplicht er zorg voor te dragen dat het verloop van bezoekers en de bedrijfsvoering op een ordelijke wijze plaatsvindt; 6.. In geval van ordeverstoring zijn de vergunninghouders en/of diegenen die namens hen optreden, ertoe gehouden degenen die de verstoring veroorzaken, tot orde en rust te manen. Als aan deze aanmaning geen gehoor wordt gegeven, dienen de vergunninghouders de politie daarvan onmiddellijk in kennis te stellen; 7.. De vergunninghouder dient er dagelijks zorg voor te dragen dat in de directe omgeving van het horecabedrijf het afval wordt verwijderd waarvan aannemelijk is dat het is achtergelaten door bezoekers van het horecabedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel