Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Seizoensstandplaatsen en incidentele standplaatsen

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Zundert 2022

1.. Bij aanvragen voor locaties ten behoeve van een seizoensstandplaats of een incidentele standplaats zal per aanvraag worden beoordeeld of er sprake is van belemmeringen die het innemen van een standplaats niet mogelijk maken. Hiervoor zal de aanvraag worden getoetst aan de in artikel 1:8 en 5:18 van de APV genoemde weigeringsgronden; 2.. Een seizoens- en incidentele standplaats kan niet worden ingenomen op een locatie die is bezet door de inname van een vaste standplaats of evenementen waarvoor op grond van artikel 2:25 van de APV al een melding is gedaan of vergunning voor is verleend; 3.. Naast de in lid 1 en 2 genoemde weigeringsgronden, wordt een aanvraag voor een seizoens- en incidentele standplaats aan de volgende voorwaarden getoetst: De standplaats ontneemt geen zicht op oversteekpunten en/of zijwegen; De locatie bevindt zich niet binnen een afstand van 5 meter van een kruispunt c.q. uitrit; De standplaats bevindt zich niet hinderlijk voor een (winkel)etalage of woning; De standplaats op een trottoir vormt geen belemmering voor een vrije doorgang van 1,20 meter voor voetgangers en rolstoelgebruikers; De standplaats op een voetgangersgebied vormt geen belemmering voor een vrije doorgang van 3,50 meter voor voetgangers, rolstoelgebruikers en calamiteitendiensten; De locatie bevindt zich niet onmiddellijk voor de toegang en (nood)uitgang van winkels, woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen verblijven; Er is geen sprake van een locatie die vrij toegankelijk moet blijven voor hulpdiensten in het geval van noodsituaties (bijvoorbeeld brandgangen en brandkranen); Indien er gebruik wordt gemaakt van bak- en braadapparatuur dan wel een generator, bevindt de standplaats zich – in het kader van de brandveiligheid – niet binnen een afstand van 5 meter van het dichtstbijzijnde gebouw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel