**1..** Een vergunning voor het maken of veranderen van een uitweg wordt geweigerd indien:
het een tweede uitweg betreft en de aanvrager, gezien de situatie ter plaatse, de noodzaak voor een tweede uitweg niet kan aantonen;
een ontheffing betreffende het overkluizen van een waterloop niet wordt afgegeven door het waterschap.
**2..** Een uitwegvergunning wordt in het belang van de verkeersveiligheid in ieder geval geweigerd indien door het maken of veranderen van de uitweg:
het aantal openbare parkeerplaatsen wordt verminderd en volgens de bestaande parkeernormen niet binnen een afstand van 50 meter voldoende openbare parkeerplaatsen voorhanden blijven dan wel dat nieuwe openbare parkeerplaatsen niet binnen een afstand van 50 meter kunnen worden aangelegd;
de structuur van een verkeersgebied wordt aangetast, zoals het verdwijnen van het onderscheid tussen een verkeersluw en een verkeersintensief gebied;
de bij het ontwerpen van de wijkstructuur gemaakte afbakening tussen voetgangers-, fiets- en autogebied wordt aangetast.
**3..** Een uitwegvergunning wordt in het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving in ieder geval geweigerd indien door het maken of veranderen van de uitweg:
naar het oordeel van het college sterk afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke belevingswaarde van het desbetreffende gebied;
de uitweg bij een woonhuis breder dan 6 meter is;
er versnippering van de openbare groenvoorziening plaatsvindt;
een groot deel van de voortuin verhard wordt met het doel een voertuig te parkeren en/of hierlangs uit te wegen.
**4..** Een uitwegvergunning wordt in het belang van de bescherming van de openbare groenvoorziening in ieder geval geweigerd indien:
een wadi, moeras- en/of waterpartij met een breedte van meer 3 meter moet worden doorsneden;
op de locatie waar de aanvraag uitwegvergunning betrekking op heeft, een houtopstand of boom staat waarvoor geen kapvergunning wordt verleend.
**5..** Een uitwegvergunning wordt in het belang van veiligheid en doelmatig gebruik van de weg in ieder geval geweigerd indien de uitweg komt te liggen:
op of bij fysieke verkeersvoorzieningen of een snijpunt van de rijbanen;
binnen 10 meter van het snijpunt van rijbaankanten;
op de plaatsen van de op de aanliggende weg aangebrachte opstelstroken dan wel voorsorteervakken;
op een plaats:
waar de aanliggende rijbaan van de weg zodanig smal is dat de uitweg wegens te beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden opgereden;
waarbij de bestuurder van een personenauto op enig punt van de uitweg niet of nauwelijks zicht heeft of kan hebben op de openbare weg, op trottoir, of fiets- en/of voetpad waardoor onoverzichtelijke en/of onveilige situaties kunnen ontstaan;
op een plaats waar op het perceel waarvoor de uitweg wordt aangevraagd, minder dan 5 bij 2,5 meter ruimte aanwezig is voor het plaatsen van een personenauto;
op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages, dan wel uitweg;
op de plaats van een voor de openbare verlichting aanwezige lantaarnpaal die wegens verlichtingseisen niet is te verplaatsen.
Artikel 2
Criteria voor het weigeren van een uitwegvergunning
Onderdeel van Beleidsregels uitwegvergunningen gemeente Zundert 2022