Een briefadres wordt verleend voor maximaal de periode waartoe er op basis van de relevante feiten en omstandigheden er het recht bestaat op een briefadres.
Het college kan ambtshalve een onderzoek starten naar (rechts)geldigheid van het briefadres.
Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste en tweede lid, is de briefadresnemer die en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.