Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 2

Giften

Onderdeel van Beleidsregels Giften Borne 2021

1.. Het college laat giften vrij zolang de gift of giften tezamen per uitkering per kalenderjaar niet hoger zijn dan € 1200,00. Dit geldt ook voor giften die bedoeld zijn ter ondersteuning van het levensonderhoud. 2.. Het college merkt het meerdere van de gift of giften boven de € 1200,- aan als middel. 3.. Voor de belanghebbende die gedurende het kalenderjaar een uitkering toegekend heeft gekregen, geldt de drempel van € 1200,- voor de periode vanaf de toekenning tot en met 31 december van dat kalenderjaar. 4.. Giften in natura worden omgerekend naar de waarde die zij vertegenwoordigen in het economische verkeer. 5.. Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur, noodfonds en soortgelijke charitatieve instellingen worden niet als middel beschouwd en worden vrijgelaten. 6.. Het college merkt alle niet herleidbare (aannemelijke) ontvangsten, zoals kasstortingen, aan als middelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid van de wet, tenzij de belanghebbende aannemelijk kan maken dat de ontvangst: eigen geld betreft, of; is verstrekt in het kader van een bijzondere gelegenheid, zoals een verjaardag of een religieuze feestdag. In dat geval geldt de vrijlating van € 1200,- aan giften per uitkering per kalenderjaar. 7.. Een prijs uit de loterij en soortgelijke ontvangsten worden aangemerkt als middel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel