**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
**3..** Een lid van de raad en een overige aanwezige voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**4..** De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste drie termijnen, tenzij de raad anders beslist.
**5..** Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 20
Spreekregels en spreektermijnen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2006