Elke basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Hierdoor bestaat er in principe geen recht op leerlingenvervoer voor deze leerlingen (artikel 8 lid 4 a en b). Er zijn twee situaties waarin een hoogbegaafde leerling wel aanspraak kan maken op leerlingenvervoer:
Als een leerling als gevolg van een beperking niet zelfstandig kan reizen en als de leerling is aangewezen op een school op een afstand van meer dan 6 kilometer.
Als de dichtstbijzijnde basisschool geen of nog geen passend aanbod heeft voor de hoogbegaafde leerling. In dit geval kan het zijn dat de leerling verder moet reizen naar de dan dichtstbijzijnde basisschool die wel een passend aanbod kan bieden.
In de gevallen genoemd onder 1 en 2 kan een leerling aanspraak maken op bekostiging leerlingenvervoer. Het college onderzoekt of de genoemde omstandigheden daadwerkelijk van toepassing zijn. Op basis daarvan wordt een besluit genomen.
De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van onderzoek worden gestaafd. Daarnaast moet er een toelichting worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de betreffende leerling op dichterbij gelegen basisscholen. Hierbij dient het samenwerkingsverband altijd ingeschakeld te worden. Indien het een keuze is van de ouders of verzorgers zelf en er een passend aanbod is op de dichtstbijzijnde toegankelijke school kan er geen aanspraak gedaan worden op leerlingenvervoer.
Artikel 6.
Bekostiging vervoer voor hoogbegaafde kinderen
Onderdeel van Beleidsregels verordening leerlingenvervoer