Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Leerlingen

Onderdeel van Beleidsregels Leerlingenvervoer Gemeente Tilburg 2021

2.4.1 Schoolgewenningsdagen In artikel 39, derde lid, van de WPO is bepaald dat kinderen vanaf drie jaar en tien maanden ten hoogste vijf dagen (schoolgewenningsdagen) de basisschool mogen bezoeken. Regel Kinderen worden pas als zij de leeftijd van vier jaar hebben bereikt leerling in de zin van de WPO (artikel 39, eerste lid, WPO). Het college verstrekt bekostiging van het vervoer naar de basisschool of speciale school voor basisonderwijs vanaf het moment dat een kind vier jaar is geworden en aan de voorwaarden uit de verordening wordt voldaan. De toelatingsleeftijd voor kinderen in het speciaal onderwijs is geregeld in artikel 39 van de WEC. Voor leerlingen die op grond van de onderwijswetgeving toegelaten zijn op een school voor speciaal onderwijs, ongeacht of zij de leerplichtige leeftijd hebben bereikt of al voorbij zijn, kunnen de ouders, indien zij voldoen aan de voorwaarden van de verordening, aanspraak maken op bekostiging van de vervoerskosten. 2.4.2. Asielzoekerskinderen Voor kinderen die in een Asielzoekerscentrum (AZC) verblijven en naar school toe gaan, bestaat de Richtlijn schoolvervoer asielzoekers. Deze richtlijn houdt in dat het AZC het vervoer betaalt van het AZC naar de school. Overige asielzoekersleerlingen die niet in een asielzoekerscentrum verblijven vallen onder de gemeentelijke regeling leerlingenvervoer. 2.4.3 Schakelklas of Taalklas Een schakelklas (ook wel bekend als Taalklas) is een klas waarin leerlingen extra les krijgen in taal, lezen en nieuwe woordenschat. Bij de plaatsing van kinderen in een schakelklas houdt het samenwerkingsverband zo veel mogelijk rekening met de school die het meest dichtbij ligt, maar door de urgentie die vaak gepaard gaat met een plaatsing, lukt dat niet altijd. Er ontstaat dan een beroep op het leerlingenvervoer op basis van het afstandscriterium. Betreffende leerlingen komen in aanmerking voor leerlingenvervoer voor de kortst mogelijk periode. Op het moment dat een plek vrijkomt op een dichterbij gelegen schakelklas en daarmee geen beroep meer nodig is op het leerlingenvervoer, veronderstelt het college dat de ouders hiervan gebruik maken. Als een plek dichterbij beschikbaar is vervalt de aanspraak op leerlingenvervoer naar de verder weggelegen schakelklas. Regel: Voor kinderen die vallen onder de gemeentelijke regeling leerlingenvervoer en die naar een schakelklas gaan, bestaat aanspraak op leerlingenvervoer voor zover het de dichtstbijzijnde toegankelijke schakelklas is, en aan de overige vereisten in de verordening is voldaan. Als een plek dichterbij beschikbaar komt vervalt de aanspraak op leerlingenvervoer naar de verder weggelegen schakelklas. Het college biedt leerlingenvervoer naar de schakelklas aan voor de periode van maximaal één jaar. 2.4.4. Illegale leerlingen Het recht op onderwijs, ook voor illegaal in ons land verblijvende leerlingen, is gebaseerd op het principe dat jongeren waar ook ter wereld moeten worden toegerust om aan het maatschappelijke leven deel te nemen. Nederland is hiertoe internationale verdragsrechtelijke verplichtingen aangegaan. Scholen en gemeenten hoeven leerplichtige leerlingen niet te vragen naar de verblijfsstatus. 2.4.5. Hoogbegaafde leerling Hoogbegaafdheid an sich is geen handicap in de zin van de verordening, maar natuurlijk kan een hoogbegaafd kind een handicap hebben volgens de verordening. Het principe dichtstbijzijnde school wordt gevolgd ook in geval van hoogbegaafdheid. Deeltijd hoogbegaafdheidsonderwijs, of les in een speciale klas voor hoogbegaafdheid is geen reden tot het geven van een vergoeding leerlingenvervoer. Regel: Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. De ouders moeten aantonen door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat hun kind in de dichtstbijzijnde school niet het onderwijs kan worden toegelaten. Als een kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs is leerlingenvervoer mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de verordening. Ouders dienen bewijzen te overleggen dat het kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs. Toelichting: Uit jurisprudentie volgt dat kinderen in het primair onderwijs die aangewezen zijn op voltijds hoogbegaafdenonderwijs wel aanspraak kunnen maken op het leerlingenvervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel