Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a wet: de Huisvestingswet; b besluit: het Huisvestingsbesluit; c huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; d woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, sub 1.b van de wet bepaalde; e eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2 van de wet bepaalde; f huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; g standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stb. 1968,98), of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet (Stb. 1991, 439); h woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder e van de Woonwagenwet; i onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet; j onttrekken van woonruimte: het gebruiken, in gebruik geven of doen gebruiken van een tot bewoning bestemde woonruimte als tweede woning of voor andere recreatieve doeleinden en/of andere doeleinden, niet zijnde bewoning; k gebruik als tweede woning: het beschikbaar hebben, geven of houden van woonruimte ten behoeve van zichzelf of een ander, zonder dat men of die ander de desbetreffende woonruimte gebruikt voor bewoning; l bewoning: het permanent hoofdverblijf houden in een woonruimte, zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie. Als criterium voor de vaststelling of iemand de bedoelde woonruimte gebruikt voor permanente bewoning geldt dat hij de woonruimte tenminste 2/3 van de tijd als woonruimte in gebruik heeft, in een aaneengesloten periode van 180 dagen en minimaal 50 overnachtingen in de maanden december, januari en februari. Als permanente bewoning wordt tevens gezien het hebben van een pand voor bewoning door personeel, volgens een (langdurige) huurovereenkomst voor minimaal 4 dagen per week. De duur van deze overeenkomst moet voor minimaal 1 jaar worden aangegaan. m inkomen:onder "inkomen" wordt verstaan het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 3 van de Huursubsidiewet n ingezetene: degene die zowel in het bevolkingsregister van de gemeente is opgenomen als daadwerkelijk in de gemeente hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel