Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken indien:
de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de bij de verlening van die vergunning gestelde termijn van twee maanden in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs diende te weten/kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.12