Naar hoofdinhoud
1.. 1De aanvraag voor een huisvestingsvergunning geschiedt door indiening van een daartoe door of namens het college van burgemeester en wethouders verkrijgbaar te stellen en door de aanvrager in te vullen formulier. De aanvrager dient, ter beoordeling van de aanvraag, gegevens te overleggen omtrent zijn identiteit, zijn huidige woonsituatie, zijn gewenste woonsituatie en zijn economische en/of maatschappelijke binding met de gemeente. Het overleggen van deze gegevens geschiedt door invulling van het door burgemeester en wethouders te verstrekken formulier alsmede, voorzover van toepassing, door indiening van de in dat formulier aangegeven bewijsstukken. 2.. Het college van burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet verder te behandelen, indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander echter met uitzondering van de gevallen, genoemd in artikel 23, derde lid van de wet (medehuurderschap). 3.. Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: a de mededeling dat binnen twee maanden van de huisvestingsvergunning gebruik gemaakt moet worden; b de namen van de personen die als vergunninghouder worden aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel