Naar hoofdinhoud
1.. Het college van burgemeester en wethouders kan een onttrekkingsvergunning intrekken, indien: niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 2.. De geldigheid van de onttrekkingsvergunning vervalt, zodra: de woonruimte weer permanent wordt bewoond; de woonruimte wordt verkocht; bij het overlijden van de eigenaar en artikel 3.4, lid 4 niet van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel