Het “Besluit beleidsregels gemeentelijke belastingen Eindhoven 2016” van 18 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op feiten en aanwijzingen die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking via publicatie in de gemeentebladen van de gemeente Eindhoven.
Dit besluit kan worden aangehaald als: “Beleidsregels gemeentelijke belastingen Eindhoven 2017”.
Toelichting Beleidsregels gemeentelijke belastingen Eindhoven 2017
Hoofdstuk 1
Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie
In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject, of -gegeven (onroerende zaak, perceel, hond etc.). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Eindhoven een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde, die is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering, wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn.
De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.
In artikel 5 lid 1 is aangeven dat de aanwijzing conform het bepaalde in artikel 1 tot en met 4 niet geldt indien sprake is van een bestaande belastingplichtige. In die gevallen is de belastingplichtige gewend om een bepaalde aanslag op zijn naam te ontvangen. Een wijziging in de tenaamstelling kan dan onduidelijkheid of onbegrip oproepen. Ook is het mogelijk dat belastingplichtige juist verzocht heeft de aanslag op zijn naam te ontvangen. Daarnaast is het in verband met een doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering van belang om de tenaamstelling, in de gevallen waarin degene die in voorgaande jaren de aanslag op naam kreeg, niet te wijzigen. Hiervoor geldt uiteraard wel dat degene nog steeds kan worden aangemerkt als belastingplichtige. Toekomstige aanslagen blijven derhalve in beginsel op naam staan van dezelfde (rechts)persoon, zolang diegene belastingplichtig is. Dit geldt voor alle belastingen vallende onder de artikelen 1 tot en met 4.
Hoofdstuk 2
Beleidsregels voor het aanwijzen van een belanghebbende inzake bekendmaking beschikking waardevaststelling Wet WOZ (artikel 24 Wet WOZ)
In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat voor één onroerende zaak meerdere personen als (gelijksoortige, bijvoorbeeld in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten) belanghebbende kunnen worden aangemerkt. In deze gevallen mag de gemeente op grond van artikel 24 van de Wet WOZ de bekendmaking van de WOZ-beschikking aan één van de belanghebbenden verzenden. De gemeente Eindhoven hanteert een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belanghebbende die de WOZ-beschikking op zijn of haar naam krijgt. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, waarbij beoogd is de ontvanger van de WOZ-beschikking gelijk te laten zijn aan de belastingplichtige voor de onroerende-zaakbelastingen die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.
Voor degene die aan het begin van het kalenderjaar de onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, wordt voor de bekendmaking van de beschikking als bedoelt in Hoofdstuk IV van de Wet WOZ, bij gebruik door meerdere leden van een huishouden, aangesloten bij de regels die gelden voor het aanwijzen van een belastingplichtige voor de afvalstoffenheffing.
Hoofdstuk 4
Beleidsregels inzake ambtshalve vermindering van gemeentelijke belastingen
Ingevolgde artikel 13 lid 5 verleent de heffingsambtenaar geen vermindering of teruggaaf van belasting als er sprake is van nieuwe jurisprudentie of nieuw beleid. Een arrest van de Hoge Raad dan wel een beleidsbesluit van de heffingsambtenaar, waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van een vermindering of teruggaaf van belasting indien de belastingaanslag, de voldoening op aangifte of de kennisgeving met het gevorderde bedrag onherroepelijk is komen vast te staan vóór de dag, waarop het arrest door de Hoge Raad is gewezen, onderscheidenlijk vóór de dagtekening van het beleidsbesluit. Dit is van overeenkomstige toepassing op uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van andere supranationale colleges. Een uitspraak van een Rechtbank of Gerechtshof is doorgaans geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van vermindering of teruggaaf van belasting.
Hoofdstuk 5
Beleidsregels voor de behandeling van verzoeken om, bij een WOZ-object behorende, taxatiegegevens
Middels een (WOZ-)beschikking wordt jaarlijks de waarde van onroerende zaken vastgesteld. Op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ wordt een afschrift van gegevens die ten grondslag liggen aan vastgestelde waarde toegezonden, aan degene te wiens aanzien de beschikking is genomen. Deze gegevens zijn opgenomen in het taxatieverslag. Aan de belanghebbende bij de beschikking worden geen andere gegevens verstrekt dan het taxatieverslag.
Hoofdstuk 6
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen gemeente Eindhoven 2017