Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 Omgevingswet). Onze huidige bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen worden via overgangsrecht onderdeel van het ‘tijdelijk omgevingsplan’ zodra de Ow van kracht wordt. Dit staat in artikel 4.6 van de Invoeringswet Ow. Zo blijven de huidige planologische toetsingskaders voor het plaatsen van vergunningplichtige antenne-installaties, ook geldig na inwerkingtreding van de Ow.
Via artikel 2.29 van het Bbl en de artikelen 22.26 en 22.27 van het Invoeringsbesluit Ow (bruidsschat) geldt het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 5 meter als een vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit tijdens deze overgangsfase. De reguliere vergunningprocedure (8 weken) zoals we deze kennen (Wabo), blijft van toepassing na de inwerkingtreding van de Ow.
Vergunning op grond van het omgevingsplan
In het (tijdelijke) omgevingsplan wordt bepaald welke (bouw)activiteiten vergunningplichtig zijn: de zogenaamde (binnenplanse-) omgevingsplanactiviteiten (artikel 5.1 lid 1 sub a Ow). Een aanvraag voor een vergunning wordt dan getoetst aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervoor is het college het bevoegd gezag. De aanvraag voor een vergunning vindt plaats via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO; opvolger van o.a. het OLO). De reguliere vergunningprocedure (8 weken) zoals we deze kennen (Wabo), blijft van toepassing na de inwerkingtreding van de Ow.
Vergunning wegens strijd met het omgevingsplan
Indien een activiteit niet past binnen het (tijdelijke) omgevingsplan, dan is een vergunning wegens het in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan noodzakelijk: de zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’.
Een aanvraag voor een vergunning wordt dan getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Verder gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl.
De aanvraag voor een vergunning vindt plaats via het DSO. Voor een aanvraag van een buitenplanse omgevingsactiviteit is niet langer de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing zoals we deze kennen onder de Wabo, maar de reguliere vergunningprocedure (8 weken).