Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op de openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op de openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.
De verboden genoemd in het eerste lid, onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.