**1..** De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college van de betreffende gemeente afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.
**2..** De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen aan het begin van elke zittingsperiode van het college, uiterlijk in de vergadering volgend op die waarin de benoeming van wethouders plaatsvindt, over de aanwijzing, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid.
**3..** Het lidmaatschap van de leden die door de colleges van de deelnemende gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij tussentijdse beëindiging van het wethouderschap of het burgemeesterschap.
**4..** Het aanwijzen van een lid ter vervulling van een plaats die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvalt, vindt plaats binnen twee maanden na dit openvallen.
**5..** De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede het college dat hen heeft benoemd, schriftelijk op de hoogte. Leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.
**6..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt tevens op het moment van uittreding uit de regeling van de gemeente die het lid vertegenwoordigt.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 7
Zittingsduur leden algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Alkmaar