Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Inleiding

Onderdeel van Welstandsnota 2013

De algemene welstandscriteria die in dit hoofdstuk worden genoemd, richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij algemene kwaliteitsprincipes. De algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling. Ze vormen immers het uitgangspunt voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en object-gerichte welstandscriteria. In praktijk zullen deze uitwerkingen, in deze nota te vinden als de gebiedscriteria, meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. In bijzondere situaties,(wanneer de gebiedsgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte welstands-criteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. In dat geval fungeren de algemene welstandscriteria als vangnet waarmee de Commissie ruimtelijke kwaliteit een dergelijk ondermaats ontwerp van een negatief advies kan voorzien. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving, maar door bijzondere schoonheid wel aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. De wijze waarop het begrip ‘redelijke eisen van welstand’ wordt vertaald in een toetsing van dat specifieke bouwwerk is dan streng. Het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht, het architectonisch vakmanschap en bijvoorbeeld de detaillering naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.

Rechtspraak bij dit artikel