Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Onderscheid kortdurende en langdurige zorgsituatie

Onderdeel van Beleidsregels afwegingskader gebruikelijke hulp Jeugdwet gemeente Voorst

Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties (uit de Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet volgt dat het college deze voorwaarde ook onder de Jeugdwet (in navolging van de AWBZ) mag stellen, zie TK 2012-2013, 33684, nr. 3, p. 120 e.v.). Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal 3 maanden. Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de zorg langer dan 3 maanden nodig zal zijn. In kortdurende zorgsituaties kan van ouders of andere verzorgers/opvoeders in redelijkheid worden verwacht dat ze alle persoonlijke verzorging en begeleiding zelf bieden. Dit betreft gebruikelijke hulp. Alleen in langdurige zorgsituaties kan derhalve sprake zijn van bovengebruikelijke hulp waarvoor het college jeugdhulp moet inzetten. Dat sprake is van een langdurige zorgsituatie kan al vanaf het begin duidelijk zijn. Er hoeft dan dus niet eerst 3 maanden te worden 'gewacht' alvorens het college jeugdhulp in kan zetten.

Rechtspraak bij dit artikel