Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Overige situaties waarin de wet in beginsel wordt toegepast

Onderdeel van Bibob-beleidslijn Teylingen

1.. Het bestuursorgaan zal, naast hetgeen in de voorgaande leden met betrekking tot aangevraagde beschikkingen is bepaald, bij iedere aangevraagde beschikking, reeds verleende beschikking of in het geval van een aanvraag om een beschikking anders dan genoemd in artikel 2 van deze beleidslijn een Bibob-toets uitvoeren, indien er op grond van: ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Landelijk Bureau Bibob, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip), aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. 2.. Het bestuursorgaan zal tevens een Bibob-toets uitvoeren indien blijkt, dat tegen betrokkene van een beschikking elders in het land in de achterliggende periode van twee jaar bij een aanvraag een ernstige mate van gevaar is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel