Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 24

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

1.. Een deelnemend college kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat college aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Bij het besluit om uit te treden wordt het raadsbesluit om toestemming te verlenen voor die uittreding overgelegd. 2.. Tenzij het bestuur anders bepaalt, kan uittreding niet eerder plaatsvinden dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie van het besluit tot uittreding zoals bepaald in het eerste lid in kennis is gesteld. 3.. Het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding, wordt als uittreedsom bij het uittredende college in rekening gebracht. 4.. Bij het bepalen van het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding worden betrokken: de directe kosten en de reële toekomstige schade voor de regeling en de overige deelnemers als gevolg van het uittreden van een deelnemend college. Tot deze kosten behoren in ieder geval alle wachtgeldverplichtingen, frictiekosten en desintegratiekosten. Voor het vaststellen van toekomstig financieel nadeel geldt een overbruggingsperiode van drie jaar. 5. . Kosten die het uittredende college maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van het uittredende college. De kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan het uittredende college, worden naar rato berekend. 6. . De uittreedsom wordt verminderd met het aandeel van het deelnemende college in het vermogen per 31 december van het jaar waarop het college uittreedt en op grond van de kostenverdeelsleutel zoals bedoeld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling. 7. . Voor de vaststelling van het financiële nadeel zoals bedoeld in het derde lid, wordt door de bedrijfsvoeringsorganisatie en het uittredende college gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel