1In geval van een tussentijdse vacature in de ondernemingsraad wijst de ondernemingsraad
tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat die blijkens de uitslag van de
laatstgehouden verkiezing daarvoor als eerste in aanmerking komt.
2De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. Artikel 13,
tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3Indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, wordt in de vacature
3 voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing, tenzij binnen 6 maanden een
3 algemene verkiezing plaatsvindt.
Bezwarenregeling