Het Besluit bodemkwaliteit eist niet om na de toepassing van mijnsteen een leeflaag als contactlaag aan te brengen.
Bij toepassingen ter plaatse van de Oostflank, wordt een leeflaag verplicht gesteld indien de lokale functie gevoeliger is dan de industriefunctie zoals weergegeven op de bodemfunctieklassenkaart (bijlage 1). Deze leeflaag bestaat in dat geval uit grond van een kwaliteit die past bij de betreffende (te realiseren) functie. De leeflaag heeft een dikte van minimaal 1 meter. De grenzen waarbinnen dit dient te gebeuren, zijn vastgelegd in bijlage 7.
Voor de overige gebieden geldt dat als het onwenselijk is om mijnsteen als materiaal aan het oppervlak te hebben, bijvoorbeeld om esthetische redenen of door maatschappelijke weerstand, het de initiatiefnemer vrij staat om te kiezen voor een leeflaag.
In deze Nota bodembeheer worden eisen aan de dikte van de leeflaag met grond gesteld, analoog aan de leeflaageisen in de Circulaire bodemsanering 2009:
De dikte van de leeflaag:
De leeflaag heeft een standaarddikte van één meter;
In tuinen kan afhankelijk van de bewortelingsdiepte een grotere diepte, variërend van 1 tot 1,5 meter gewenst zijn;
Bij overig begroeid terrein mag de dikte variëren van 0,5–1,5 meter, afhankelijk van de bewortelingsdiepte;
Een van de standaarddikte afwijkende leeflaag is mogelijk onder bijzondere omstandigheden, zoals een hoge grondwaterstand, ter beoordeling aan bevoegd gezag, zijn de gemeente Brunssum;
Een signaallaag is niet noodzakelijk. In verband met wegzakken van grond in (grovere) mijnsteen adviseert de gemeente een geotextiel aan te brengen tussen de mijnsteen en de aan te brengen leeflaag.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.1
Gebruik grond als leeflaag
Onderdeel van Nota bodembeheer Mijnsteengebieden Brunssum