Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.5

Mijnverleden

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Gemeente Brunssum

Zuid-Limburg wordt vaak geassocieerd met het mijnverleden. De eerste ondergrondse winning van grondstoffen begon reeds omstreeks de 14e eeuw in Rolduc. Vanaf 1900 intensiveerde de steenkoolwinning zeer sterk en ontstond de Mijnstreek. De mijnwerkers die naar de regio kwamen, zorgden ervoor dat het bevolkingsaantal explosief groeide. De mijnwerkers die uit vele windrichtingen afkomstig waren, vestigen zich vaak in mijnkoloniën die snel uit de grond werden gestampt. Dorpen werden door deze nieuwe mijnkoloniën aaneengesmeed tot steden. Ook uit deze periode zijn diverse parels te benoemen: Het schachtgebouw van de voormalige Oranje Nassau mijn I in Heerlen, met het bijbehorende ophaalgebouw, betreft een rijksbeschermd monument. Hier exploiteert Stichting Car- boON het Nederlands Mijnmuseum. De Miljoenenlijn (met tegenwoordig een station in Simpelveld en Kerkrade) betreft een voormalige spoorlijn die gereed kwam in 1934. De naam is ontleend aan de geschatte kosten per kilometer. De lijn werd in eerste instantie gebruikt voor vervoer van materialen en mijnwerkers t.b.v. de exploitatie van de steenkoolmijnen. In 1949 vond het eerste open- bare reizigersvervoer plaats. Tegenwoordig wordt de stoomtrein toeristisch geëxploiteerd. Een rit met de stoomtrein en een bezoek aan het vrij toegankelijke erfgoedpark rondom het station Simpelveld biedt een bijzonder dagje uit in de sfeer van reizen uit lang vervlogen tijden. Immaterieel erfgoed, zoals gebruiken, tradities, verenigingen, platvorm de Mijnen (een netwerkorganisatie waarin de regionale partijen die betrokken zijn bij het mijnverleden, verenigd zijn). Schacht Nulland behoorde tot de voormalige Domaniale mijn in Kerkrade. Deze was in productie van 1815 tot 1969. De mijn beschikte over zes schachten waarvan de 349 meter diepe ventilatieschacht Nulland er één was. De schacht werd in 1907 aangelegd door de toenmalige exploitant van de Domaniale Mijn, de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij. In eerste instantie deed schacht Nulland alleen dienst als intrekkende luchtschacht. In 1919 besloot de Domaniale Mijn de schacht te gaan gebruiken voor het vervoer van materialen en personeel. In 1921 werd de schacht verbouwd naar ontwerp van technische directeur Wilhelm Husmann en kreeg het zijn karakteristieke uiterlijk. De schacht staat in de volksmond ten onrechte bekend als de “Malakovschacht”: een verwijzing naar de torens van het bastion Malakov nabij de vestingstad Sebastopol. Uiteindelijk is in Kerk- rade de herinnering aan de mijnbouw door de operatie van Zwart naar Groen zo goed als uitgewist in het landschap. Slechts één mijnschacht, schacht Nulland, herinnert nog aan de oudste mijn van Nederland. De wijk de Hopel (grenzend aan Eygelshoven, gemeente Kerkrade) werd in opdracht van de mijn Laura en Vereeniging tussen 1901 en 1910 aangelegd, om een deel van haar werknemers te huisvesten. De karakteristieke huizen zijn ontworpen door architect A. Reichpietsch en zijn allemaal rijkmonumenten. De witte eengezinswoningen vormden een contrast met het zwart van de mijn. Het grootste aaneengesloten stads- en dorpsgezicht van Nederland ligt in Brunssum. Het gezicht omvat vijf mijnwerkerskoloniën plus enkele losse woninggroepen voor mijnpersoneel en drie parken. Eén ligt rond een voormalige bruinkoolgroeve en één rond een dijklichaam van een oude mijnspoorweg. Het beschermd gebied is grotendeels tot stand gekomen in de jaren 1910 – 1930. De koloniën waren bedoeld voor personeel van de Staatsmijnen Hendrik en Emma. De huizen zijn gebouwd in opdracht van de Staatsmijnen en de woningbouwverenigingen Ons Limburg en Thuis Best en zijn opgezet volgens de tuindorp-filosofie. Schachtgebouw vande voormalige Oranje Nassau I mijnin Heerlen (bron: Rijksmonumenten.nl). Impressie van kolonie Treebeek (https://nl.pinterest.com/dalmvisie/limburg-vroeger-en-nu).

Rechtspraak bij dit artikel