10.1 Afweging pgb en zorg in natura
Een cliënt die in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening wordt door de medewerker van het Buurtplein geïnformeerd over de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb, onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 2.3.6, tweede lid van de wet. De cliënt wordt hierbij gewezen op de mogelijkheid van het testen van zijn bekwaamheid met betrekking tot het omgaan met een pgb op www.pgb-test.nl. Het testen is bedoeld om de cliënt bewust te maken van de taken en verantwoordelijkheden die horen bij het beheren van een pgb, zodat hij een weloverwogen keuze voor een pgb of zorg in natura kan maken.
10.2 Beoordeling van de wettelijke voorwaarden
Zoals bepaald in artikel 13, eerste lid van de verordening, beoordeelt de medewerker van het Buurtplein of de cliënt voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor een pgb. Naar oordeel van de medewerker van het Buurtplein dient de cliënt op eigen kracht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, en in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Daarbij zijn de tien punten voor pgb vaardigheid1https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/documenten/publicaties/2019/08/26/10-punten-pgb-vaardigheden het uitgangspunt voor de consulent. Voorbeelden voor mogelijk relevante omstandigheden met betrekking tot een contra-indicatie ten aanzien van de pgb vaardigheid zijn: problematische schulden, ernstige verslavingsproblematiek, aanmerkelijke verstandelijke beperking, ernstig psychiatrisch ziektebeeld, vastgestelde blijvende cognitieve stoornis, of onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal.
De kwaliteit van de met een pgb in te kopen maatwerkvoorziening dient voldoende te zijn. De beoordeling hiervan ligt bij de medewerker van het Buurtplein. Dit wil zeggen dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb is toegekend. Hiertoe levert de cliënt een ondersteunings- en budgetplan aan, waarin de cliënt samen met de ondersteuner afspraken vastlegt inzake de gewenste ondersteuning. Hierin kan de cliënt motiveren waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen. Daarnaast maakt de cliënt in het ondersteunings- en budgetplan in ieder geval inzichtelijk:
waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan;
hoe aan de, in het verslag of gezinsplan omschreven doelen, wordt gewerkt;
waarom voor deze ondersteuner is gekozen;
wie het pgb gaat beheren;
welke salarisafspraken zijn gemaakt en;
hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd.
Op grond van artikel 2.3.9, eerste lid van de wet is het college bevoegd om besluiten te heroverwegen. Bij een heroverweging evalueren de medewerker van het Buurtplein en de cliënt samen de met het pgb behaalde resultaten en de daaraan verbonden voorwaarden. Ook de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen heeft voldaan komt hierbij aan bod.
10.3 Beheer pgb door vertegenwoordiger
Als de cliënt de aan een pgb verbonden taken uitvoert met hulp van een vertegenwoordiger, toetst het college deze persoon op dezelfde wettelijke voorwaarden als de cliënt. Daarnaast gelden nog enkele aanvullende voorwaarden ten aanzien van de vertegenwoordiger zoals bepaald in artikel 14 van de verordening.
In beginsel is het toegestaan dat de cliënt zich bij het beheer van zijn pgb laat vertegenwoordigen door een familielid in de eerste of tweede graad, dat tevens (een deel van) de ondersteuning levert, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van ongewenste belangenverstrengeling. Het belang van de cliënt moet centraal staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de cliënt vanwege zijn beperkingen een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een pgb te kiezen. De dubbelrol van informele zorgverlener en pgb-beheerder mag daarnaast niet ten koste gaan van het bereiken van de gewenste resultaten. Ervaringen die er vanuit het verleden eventueel al met ondersteuning en het beheer van het pgb zijn, kunnen hierbij een rol spelen. Aangezien de combinatie van beheerder van het pgb en uitvoerder van ondersteuning kwetsbaar is, kan ervoor gekozen worden de indicatieduur te beperken of frequenter tussentijds te evalueren hoe de ondersteuning en het beheer van het pgb verloopt.
10.4 Uitgangspunten pgb in sociaal netwerk
Op grond van artikel 2.3.6, vierde lid van de wet kan een cliënt die in aanmerking komt voor een pgb dit inzetten om ondersteuning te betrekken van een informele hulp. Dit mag echter niet leiden tot vergoeding van ondersteuning die anders onbetaald geleverd zou worden. Uitgangspunt is dat ondersteuning uit de eigen omgeving reeds maximaal moet worden ingezet voordat een beroep gedaan wordt op het college. Voor ondersteuning die in redelijkheid verwacht mag worden van het eigen netwerk (taken die een ander onbetaald zou verrichten bij familie) ligt het niet voor de hand om een maatwerkvoorziening te verstrekken. Een beoordeling van de eigen kracht van de cliënt en de informele hulp is hierbij van belang. Daarbij kan de financiële situatie worden meegenomen waarbij wordt gekeken of er geen financiële problemen ontstaan als de hulp door informele hulp wordt geboden wanneer er geen pgb wordt verstrekt.
Een aanvraag voor een pgb ter besteding aan informele hulp in ieder geval niet toegekend als:
de informele hulp op enige wijze druk heeft uitgeoefend op de cliënt in de keuze voor een pgb;
de informele hulp (dreigend) overbelast is, of
de informele hulp vanwege andere redenen niet in staat is om de gevraagde ondersteuning te bieden.
Bij de beoordeling van de aanvraag weegt de medewerker van het Buurtplein ook mee of:
de continuïteit van zorg gewaarborgd is, voor zover dit noodzakelijk is voor het welbevinden van de cliënt. Is bijvoorbeeld een keer overslaan vanwege ziekte of vakantie mogelijk?
Zoals bepaald in artikel 15 van de verordening is het tarief voor een pgb dat wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk lager dan het tarief voor professionele ondersteuners.
10.5 Spelregels pgb
Salarisafspraken
Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd.
De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De gemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoe hanteert de gemeente dat een betaling via facturatie plaatsvindt en is een betaling via een vast maandloon niet mogelijk. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de gemeente. Dit geeft meer mogelijkheden om onrechtmatig of ondoelmatig besteedde middelen vast te stellen. Eventuele wijzigingen in het volume of de inhoud van de geleverde ondersteuning moeten worden doorgeven aan de SVB.
Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de medewerker van het Buurtplein zijn goedgekeurd voordat de gemeente het pgb bij de SVB klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. Ook kan de gemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien de budgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluiten het pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen.
De cliënt aan wie een pgb is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het pgb is gebaseerd. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze volledig voor rekening van de cliënt. Indien als gevolg hiervan de cliënt minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd, dan is dit in beginsel toegestaan. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest.
10.6 Ondersteuning in het buitenland
Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfkosten hiervan niet worden betaald met een pgb. Daarnaast geldt dat huishoudelijke hulp bedoeld is om in te zetten in en rond het hoofdverblijf van de cliënt. Huishoudelijke hulp kan daarom niet worden ingezet tijdens verblijf anders dan het hoofdverblijf, de cliënt kan hierbij rekening houden met de plaats van bestemming.
Voor het bieden van ondersteuning aan de cliënt in het buitenland geldt dat expliciet toestemming door de medewerker van het Buurtplein moet worden gegeven. De medewerker van het Buurtplein zal hierbij toetsen of de besteding van het pgb past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaatgebieden. Een pgb mag maximaal vier weken per jaar buiten Nederland worden besteed. Dit is gebaseerd op het aantal vakantiedagen waarop een werknemer over één jaar recht heeft, dit bedraagt vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week (artikel 7:634 Burgerlijk Wetboek). Bij een vijfdaagse werkweek van acht uren per dag, 40 uren per week, is er dus minimaal recht op 20 volledige vakantiedagen per jaar (4 x 40 = 160 uren).
10.7 Overige spelregels
Het pgb kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering. Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.
10.8 Overgangsregeling bij aanpassen van bestaande pgb’s
In het Gewijzigd besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022 zijn de (nieuwe) pgb-tarieven vastgesteld. Aanpassing van deze tarieven kan aanleiding zijn om bestaande pgb’s aan te passen. Ook een heronderzoek of een veranderende thuissituatie van de inwoner kan hiertoe aanleiding geven. Om bestaande pgb’s op een verantwoorde en acceptabele wijze aan te passen is een overgangsregeling nodig. Deze overgangsregeling voorziet in het afbouwen van de toegekende budgetten. Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:
De duur van de afbouwtermijn hangt af van de duur van het toegekende pgb;
De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de mate waarin de pgb-houder afhankelijk is van het pgb;
De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de verplichtingen die hiermee gemoeid zijn;
De duur waarin de pgb-houder het huidige pgb ontvangt speelt geen rol bij de afbouwperiode; ddd
Een overgangstermijn van een half jaar is redelijk in algemene zin;
Een kortere termijn kan in sommige gevallen gehanteerd worden, mits de inwoner tijdig (minimaal drie maanden) van de mogelijke komende wijzigingen op de hoogte is gesteld en/of er goede alternatieven geboden kunnen worden aan de inwoner.
De afbouwperiode voor van rechtswege afgelopen indicaties start op het moment dat de indicatie van de inwoner van rechtswege afloopt. De overgangsperiode ligt tussen de 3 en 6 maanden. Afhankelijk van de situatie van de inwoner en de impact van de beëindiging van de indicatie (en het pgb).
Wanneer de indicatie niet van rechtswege wordt beëindigd wordt met een besluit de afbouwperiode kenbaar gemaakt aan de budgethouder. De afbouwperiode start op het moment van ontvangst van dit besluit. In het besluit wordt de ingangsdatum bekend gemaakt; deze ligt tussen de 3 en 6 maanden na de bekendmaking. Verder wordt de reden van wijziging opgenomen en wordt beargumenteerd dat de benodigde hulp/zorg middels het nieuwe budget te betalen is (en/of blijft). De aanpassing van het pgb-tarief staat niet open voor bezwaar en beroep, omdat deze mogelijkheid voor het aanpassen is opgenomen in de verordening.
Tot aan een totaal afbouwbedrag van € 250,- per maand/€ 3.000 per jaar is er geen overgangsregeling. Iedereen moet voor deze teruggang een oplossing kunnen vinden in 3 maanden die er zijn voordat het besluit in gaat. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.
Vanaf een totaal afbouwbedrag van € 250,- per maand/€ 3.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een half jaar. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.
Vanaf een totaal afbouwbedrag van € 833,- per maand/€ 10.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een jaar. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.
Artikel 10
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022