Volgens vaste jurisprudentie mag een gemeente aan verspreiding van stukken beperkingen stellen, mits er geen algemeen verbod op een bepaald verspreidingsmiddel (zoals het plakken) wordt gesteld. Door het realiseren van plakvoorzieningen wordt het plakken op Rendokasten, glasbakken, muren, kledingbakken en verkeersregelinstallaties en dergelijke strafbaar. Het uiteindelijke doel is dat helemaal niet meer op geplakt wordt, behalve op de daarvoor bestemde plakvoorzieningen. Dit kan, voorzover mogelijk, verwezenlijkt worden wanneer structureel en consequent wordt gecontroleerd en opgetreden tegen wildplakkers en de opdrachtgevers.
Artikel 2:42 van de Apv stelt dat het verboden is een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden en om hiertoe opdracht tegeven (lid 1) Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of een gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is een aanplakbiljet of een ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken of op andere wijze aan te brengen, met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen (lid 2). 'Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift' (lid 3) 'De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven', (lid 4).