Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Bouwhistorisch onderzoek

Onderdeel van Uitgangspunten herbouw boerderijen buitengebied 18 januari 2019

Boerderijen zijn zelden gaaf bewaard gebleven. Ze zijn aangepast al naar gelang de eisen van de bedrijfsvoering. Het is juist typerend voor boerderijen dat latere perioden kenmerken en sporen hebben nagelaten. De geschiedenis stapelt zich in het gebouw als het ware op en geeft inzicht in vroegere bouw- en gebruiksfasen. Dit wordt wel ‘historische gelaagdheid’ genoemd. In het algemeen zijn in een historische boerderij sporen uit verschillende tijdlagen te vinden, die niet altijd meteen zichtbaar zijn. Bouwhistorisch onderzoek is een methode om de (bouw)- geschiedenis van een gebouw vast te stellen en vast te leggen in een rapport. Het bestaat onder andere uit het opmeten, documenteren en interpreteren van een gebouw en zijn onderdelen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke instelling of bureau. Bouwhistorisch onderzoek vertelt het verhaal van de boerderij, analyseert de waarden van het gebouw en biedt inzicht in de ontwikkelingskansen. Wanneer deze gegevens als inspiratiebron voor het verbouwingsplan worden benut, kan een verantwoorde bijdrage aan de toekomst van de boerderij worden geleverd. Door bouwhistorisch onderzoek wordt het maken van een bewuste afweging van belangen mogelijk. Om de waarden van gebouwen helder en eenduidig vast te stellen, is er door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een standaard ontwikkeld met waarderingscriteria (zie bijlage 1). Die criteria zijn geclusterd in vijf hoofdcriteria. cultuurhistorische waarde; architectuur- en kunsthistorische waarde; situationele en ensemblewaarde; gaafheid en herkenbaarheid; zeldzaamheid.

Rechtspraak bij dit artikel