In artikel 5 van de Verordening staat hoe het College onderzoekt welke ondersteuning nodig is. In aanvulling hierop gelden de volgende bepalingen:
Naast de gegevens die het College op basis van de Verordening artikel 5 onderzoekt, maakt het College een inschatting van de veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige.
Ook onderzoekt het College hoe rekening gehouden kan worden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders.
Op basis van het werken met het principe 1Gezin1Plan1Regisseur stelt het College samen met de jeugdige en/of zijn ouders een ondersteuningsplan op. In plaats hiervan kan ook het Familiegroepsplan gebruikt worden.
Het ondersteuningsplan bevat tenminste:
Woonplaats jeugdige;
Verblijfadres jeugdige en contactgegevens ouders;
Wettelijk vertegenwoordigers van de jeugdige;
Veiligheidsanalyse en korte analyse situatie, zoals bedoeld in het eerste lid;
Hulpvraag gezin; ouder(s) en jeugdige;
Wat kunnen ouders en jeugdige zelf;
Wat kan het netwerk rondom het gezin betekenen;
Wat is er nodig aan voorzieningen in het kader van preventief beleid;
Wat is er nodig aan maatwerkvoorzieningen;
Afspraken over het doel van de zorginzet, concreet en meetbaar beschreven;
Afspraken over tussen-, eindevaluatie en nazorg.
Het College bepaalt de te hanteren woonplaats aan de hand van het in de wet gestelde woonplaatsbeginsel en de geldende aanvullende regel, met dien verstande dat bij de start van jeugdhulp of een maatregel de woonplaats of financieel verantwoordelijke gemeente wordt vastgesteld, volgens de landelijke richtlijnen.
Voordat het College beslist over de verlening van een maatwerkvoorziening, kan het College advies inroepen van een door het College aan te wijzen deskundige of adviesinstantie.
Het College kent een maatwerkvoorziening toe voor zover met betrekking tot de jeugdige een verwijzing is afgegeven via de rechter of gecertificeerde instelling.
Het College kan signaleren in de Meldcode wanneer er zorgen zijn over een jeugdige. Hierover dient een mededeling te worden gedaan aan de ouders.
Het College maakt met aanbieders afspraken over de voorwaarden waaronder zij behandeling voor de specialistische zorg voor ernstige enkelvoudige dyslexie mogen verlenen in opdracht van het College.
Een maatwerkvoorziening kan ook een PGB zijn.
De beschikbare maatwerkvoorzieningen voor Zorg In Natura (hierna: ZIN) zijn opgenomen in de inkoopovereenkomsten. Hierin zijn de kosten en de duur van elke handeling ZIN opgenomen en de duur van de soort handeling om ondersteuning in te kunnen zetten via de toegang.
Een jeugdige en/of zijn ouder(s) komen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien geen oplossing gevonden kan worden voor de hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen.
Zorg die vergoed kan worden vanuit de (aanvullende) ziektekostenverzekering wordt in principe niet door het College vergoed. Hier vallen onder andere de vak therapieën onder. Indien de aanvullende verzekering aantoonbaar niet vergoedt, kan het college een PGB verstrekken.
Wanneer het College besluit dat ouders en/of de jeugdige in aanmerking komen voor een PGB, zijn de artikelen in hoofdstuk 5 van deze Beleidsregels van toepassing voor een goede afweging.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2
TOEKENNEN MAATWERKVOORZIENING
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Midden-Delfland 2022