Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.2.6

Het verslag (ondersteuningsplan)

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Midden-Delfland 2022

Het verslag moet een weergave zijn van: onderzoek van de gegevens die al binnen de gemeente bekend zijn; de uitkomsten van het gesprek; eventueel advies van een (medische-) adviesinstantie; afweging of en welke ondersteuning het meest passend is; de doelen en de te bereiken resultaten. Naar aanleiding van een gesprek tussen de gemeente en de cliënt (met cliëntondersteuning als de cliënt dat wenst) wordt een ondersteuningsplan geschreven met daarin concreet wat het te behalen resultaat is. In het ondersteuningsplan (het verslag) worden de maatwerkvoorzieningen benoemd in resultaatgebieden (diensten) of in niet diensten (materieel). Het netwerk/de mantelzorger van de cliënt wordt altijd betrokken bij de vraagverheldering en meegenomen in het ondersteuningsplan. Naast keuzevrijheid is het vooral van belang dat de inwoner zelf invloed heeft op de wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld. Gecontracteerde aanbieders stellen daarom samen met de inwoner het zorgplan op. De gemeente bepaalt samen met de inwoner wat de gewenste resultaten zijn. De zorgaanbieder bepaalt samen met de cliënt hoe de ondersteuning plaatsvindt om het resultaat te kunnen behalen. Het zorgplan maakt deel uit van de beschikking. Bij de resultaatgebieden staan de te behalen resultaten centraal en niet de producten die ingezet worden om het resultaat te behalen. De gemeente stuurt op het te behalen resultaat. De resultaten zijn gericht op het vergroten of behouden van zelf- (en samen) redzaamheid van de cliënten. Een cliënt kan een maatwerkvoorziening op meerdere te behalen resultatengebieden toegewezen krijgen. Bij diensten kan per resultaatgebied een andere trede (zorgzwaarte) van inzet geïndiceerd worden. De treden van de inzet zijn onderscheidend van elkaar in termen van mate van zelfredzaamheid op het specifieke resultaatgebied. De trede wordt in het ondersteuningsplan aangegeven. Indiceren geschiedt op basis van de handleiding resultaatgericht indiceren. De handleiding geeft richtlijnen waarop de resultaatgebieden en de intensiteit van de zwaarte van de ondersteuningsvraag wordt vastgesteld om de ondersteuningsbehoefte van de cliënt vast te stellen. De trede wordt in het ondersteuningsplan onderbouwd aangegeven. De verantwoordelijkheid van het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte ligt bij de gemeenten en niet bij de aanbieders. Het opstellen en uitvoeren van een zorgplan dat aansluit op dat resultaatgebied is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. De indicatie voor diensten wordt in principe voor onbepaalde tijd afgegeven. Wel kan de Klantmanager Wmo tussentijds de resultaten evalueren en beoordelen of resultaten behaald worden. Indien nodig wordt ook een einddatum afgegeven. Dit wordt meegenomen in het ondersteuningsplan. Specifieke diensten maken deel uit van het ondersteuningsplan. De hulpvormen kunnen als een ‘plus’ aan het ondersteuningsplan worden toegevoegd. De hulpvormen die vallen binnen deze categorie zijn: Vervoer van en naar dagbesteding Basisvoorziening Hulp Bij het Huishouden (HBH) GGZ-Inloop (GGZ Doel Delfland) In het ondersteuningsplan staan de resultaten die behaald worden met formele ondersteuning als ook de resultaten die behaald worden met gebruik van eigen kracht, informele ondersteuning, andere wetgeving, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen eventueel aangevuld met een of meerdere maatwerkvoorzieningen. Wmo-voorzieningen maken deel uit van een arrangement en dat kan uit meerdere voorzieningen bestaan. Het ondersteuningsplan wordt ondertekend door de cliënt. Een ondertekend ondersteuningsplan (en indien nodig) en zorgplan wordt gezien als aanvraag. Als een cliënt niet zelf in staat is om een aanvraag in te dienen, een ondersteuningsplan en een zorgplan te ondertekenen mag iemand anders in dat geval ondertekenen bijvoorbeeld een mantelzorger of een familielid. Dan is er sprake van volmacht. Een gevolmachtigde is degene aan wie een ander (de cliënt) de bevoegdheid heeft verleend om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten, bijvoorbeeld het ondertekenen van een zorgplan. Mocht het verslag niet retour worden ontvangen dan zijn er twee opties: Optie 1 In de situatie waarin tijdens het gesprek een oplossing is gevonden voor het probleem (bijvoorbeeld algemene voorziening, doorverwijzing, enzovoort), wordt er geen verdere actie genomen wanneer het verslag niet retour wordt ontvangen. De melding wordt dan afgesloten. In een begeleidende brief wordt uitleg gegeven over het afsluiten van de melding. Optie 2 Voor alle overige situaties dient een rappelbrief verstuurd te worden, waarin wordt aangegeven dat de cliënt nog een laatste termijn krijgt om het verslag retour te sturen. Wanneer het verslag nog niet tijdig, na rappelbrief, wordt ingeleverd, wordt de melding afgesloten, zoals dit ook is uitgelegd in de rappelbrief. Als de cliënt het ondersteuningsplan terugstuurt nadat de retourtermijn is verlopen, geldt dit als een nieuwe melding. De melding kan eventueel worden heropend. Indien door de Klantmanager Wmo wordt gesteld dat het onderzoek al is gedaan, kan het ondersteuningsplan versneld worden afgedaan na een actueel tweede (medische) check. Zorgplan: samen met zorgaanbieder De cliënt heeft keuzevrijheid en kan aangeven met welke gecontracteerde zorgaanbieder hij/zij samen afspraken maakt hoe de gewenste resultaten behaald kunnen worden. Deze afspraken worden vastgelegd in het zorgplan. In het zorgplan komt te staan wie, wat met welke frequentie doet om te komen tot doelrealisatie. De coördinerende aanbieder kan ook andere partijen (bijvoorbeeld welzijnswerk of andere aanbieders) inzetten om het resultaat te bereiken. Per resultaatgebied kunnen verschillende expertisegebieden mogelijk zijn. De Klantmanager Wmo zal de cliënt begeleiden naar de juiste zorgaanbieder met de passende expertise. Als een cliënt diensten nodig heeft uit verschillende resultaatgebieden wordt bij voorkeur gekozen voor een aanbieder die meerdere percelen kan aanbieden. Zijn er verschillende zorgaanbieders die ondersteuning geven, dan zal er coördinatie plaatsvinden vanuit de coördinerende zorgaanbieder. De coördinerende zorgaanbieder schrijft een integraal zorgplan per cliënt en beschrijft wat er gedaan wordt om het gevraagde resultaat te behalen. Binnen twee weken na het ontvangen van een ondersteuningsplan met diensten levert de zorgaanbieder een zorgplan aan bij de gemeente. Het zorgplan wordt ondertekend door de cliënt en de zorgaanbieder. Client kan op dit laatste document ook per e-mail akkoord geven. De cliënt kan tekenen voor akkoord of niet akkoord. Het ondertekend zorgplan maakt onderdeel uit van de aanvraag. Als de cliënt tekent voor niet akkoord, kan de cliënt aangeven wat de reden is en kan hij hiermee een aanvraag indienen voor een beoogde oplossing. Zonder ondertekend zorgplan komt er geen beslissing op aanvragen van diensten. De ondersteuning van cliënten start uiterlijk vijf werkdagen na ingangsdatum van de definitieve opdracht van de gemeente. De beschikking gaat in op de 1ste van de maand. De gemeente verwacht dat een aanbieder intercultureel kan werken. Er worden geen tolken ingezet voor het vertalen naar andere talen. De geldigheidstermijn van de indicatie van diensten wordt bepaald door de Klantmanager Wmo. Indien de zorgaanbieder tijdens of na opstellen van het zorgplan ziet dat bepaalde aspecten in het ondersteuningsplan ontbreken of niet blijken te kloppen, dan heeft aanbieder de ruimte om hierover in overleg te gaan met de Klantmanager Wmo. Ook als de cliënt niet eens kan worden met de zorgaanbieder zal overleg plaatsvinden met de Klantmanager Wmo. Deze beoordeelt dan wat een gepaste oplossing is.

Rechtspraak bij dit artikel