Er moet een direct verband bestaan tussen de beperkingen die de aanvrager ondervindt en één of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de woning, bijvoorbeeld de trap, het bad, drempels, de keuken of de breedte van de deuropeningen. Daarnaast moeten deze beperkingen de cliënt belemmeren in het toegang verkrijgen tot en/of gebruik van essentiële woonruimten.
Hobby en recreatieruimten vallen hier in principe niet onder. Wanneer een verhuizing nodig is op basis van psychosociale gronden, dan kan van het voorgaande gemotiveerd worden afgeweken.
Het onderzoek beperkt zich tot voorzieningen die te maken hebben met het normaal gebruik van de woning: elementaire woonfuncties zoals verblijven, slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning.
Allereerst beoordeelt de Klantmanager Wmo of voorliggende of algemeen gebruikelijke voorzieningen het probleem kunnen oplossen, één en ander zoals omschreven in het afwegingskader in § 1.2.
Vervolgens beoordeelt de Klantmanager Wmo welke voorzieningen tot het gewenste resultaat kunnen leiden. Dat kunnen losse voorzieningen zijn, maar ook bouwkundige of woontechnische aanpassingen, en/of een verhuizing naar een geschiktere woning. In dit geval weegt de Klantmanager Wmo mee of de verhuizing gerekend kan worden tot een algemeen gebruikelijke verhuizing. Bij een algemeen gebruikelijke verhuizing kent het college in principe geen verhuiskostenvergoeding toe. Voor een toelichting op dit begrip, lees bijlage 6.
Inzake het beschikken bij een woonvoorziening
Leidt de afweging tot één van voornoemde richtingen, dan volgt een kostenraming. Losse voorzieningen gaan voor op bouwkundige aanpassingen. Een losse tillift is bijvoorbeeld te verkiezen boven een plafondlift. Losse voorzieningen kunnen veelal de eerste 6 maanden geleend worden van de uitleenservice, via Vegro, Medipoint. Dit is voorliggend op een maatwerkvoorziening en wordt vergoed vanuit Zorgverzekeringswet (Zvw).
Blijken de kosten van een aanpassing in of aan de woning hoger dan een bepaald bedrag (vastgesteld in het Besluit), dan treedt het primaat van verhuizen in werking. Het primaat van verhuizen wordt opgelegd wanneer de totale kosten voor het aanpassen van de woning € 10.000,- of meer bedragen. Blijkt een verhuizing de goedkoopst adequate oplossing, dan kan de Klantmanager Wmo uit het oogpunt van de noodzakelijke kosten en het doel van de ondersteuning, adviseren om te verhuizen naar een geschikte woning. Hierbij weegt de Klantmanager Wmo alle relevante zaken mee: financiële consequenties van de verhuizing, de beschikbaarheid (in verband met de medisch verantwoorde termijn), argumenten pro en contra van de verhuizing voor de cliënt, de eventueel aanwezige mantelzorg, nabijgelegen voorzieningen enzovoort. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het advies ten grondslag liggen. Volgt cliënt het verhuisadvies dan ontvangt hij een vergoeding voor de verhuiskosten en (her)inrichting van de nieuwe woning. Daar horen ook eventuele kleine aanpassingen in de nieuwe woning bij.
Een uitvoerige toelichting hierop leest u in bijlage 6.
Niemand kan verplicht worden om te verhuizen. Kiest de cliënt (en zijn gezin) ervoor in de huidige woning te blijven wonen dan stelt het college, voor de noodzakelijke aanpassingen, een beperkt bedrag beschikbaar. Dit bedrag is gemaximaliseerd aan de hoogte van het verhuisprimaat.
Het resterende bedrag komt voor eigen rekening van de cliënt. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alle benoemde aanpassingen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Cliënt heeft naderhand geen recht meer op toekenning van een voorziening die tijdens de initiële afweging tot pakket van eisen behoorde.
Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening als:
De maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een verblijf dat niet bedoeld is voor permanente bewoning, zoals bijvoorbeeld een hotel/pension, trekkerswoonwagen, kloosters, gehuurde kamer, tweede woning, vakantie- of recreatiewoning;
als de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld
Géén individuele maatwerkvoorzieningen worden verstrekt indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de cliënt verhuist van een adequate naar een inadequate woning, tenzij er een belangrijke reden bestaat voor de verhuizing.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1
Afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Midden-Delfland 2022