Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken zijn de hier onderstaande beleidsregels van toepassing.
1. Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan:
a. binnen de bebouwde kom
Bijbehorende bouwwerken met een (reguliere) woning als hoofdgebouw
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning zijn de volgende beleidsregels van toepassing.
bijbehorende bouwwerken mogen alleen worden opgericht daar waar op grond van het vigerende bestemmingsplan bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. Het gaat hier dus om woonbestemmingen;
bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van carports en overkappingen, mogen alleen worden opgericht in het achtererfgebied. Belangrijke zijerven aan het openbare gebied worden hiermee ontzien, waardoor er een evenwichtig en groen straatbeeld blijft bestaan. E.e.a. is weergegeven op de onderstaande afbeelding;
een bijbehorend bouwwerk mag zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
alle bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 1m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
een carport of overkapping mag 0,3 meter achter de verlengde voorgevel geprojecteerd worden, voor zover niet gesitueerd op een naar het openbaargebied gekeerd zijerf. De overkapping of carport moet rank uitgevoerd worden. Het boeiboord mag maximaal 30 cm zijn;
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak* mag maximaal 70 m² bedragen, waarbij het bebouwingspercentage op het bouwperceel niet meer dan 50% mag bedragen.
Bovenop de 70 m2 bijbehorende bouwwerken mag 30 m2 bijgebouwd worden met een maximale bouwhoogte van 2,5 meter, mits de gezamenlijke oppervlakte van de al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak* mag maximaal 100 m² bedraagt. Het bebouwingspercentage op het bij het oorspronkelijk hoofdgebouw behorende achtererfgebied mag niet meer dan 50% bedragen;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m dan wel de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, indien het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m en niet hoger zijn de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
de breedte van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken aan de zijgevel, gemeten in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw, mag maximaal 4 m bedragen;
de diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag, gerekend van de achterste bouwgrens, bij vrijstaande woningen maximaal 4 m bedragen en voor overige woningtypen maximaal 3 m;
Bij berekening hiervan wordt uitgegaan van de denkbeeldige bouwvlakken / bouwstroken bij de verschillende typen woningen.
een strook van minimaal 5 meter, gerekend van de achtergevel van het hoofdgebouw c.q. aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de achterste bouwperceelgrens, dient vrij te blijven van aangebouwde bijbehorende bouwwerken;
de afstand van aangebouwde bijbehorende bouwwerken (uitgezonderd carports en overkappingen) tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt minimaal 1 meter bij vrijstaande woningen.
* Bij de bestemmingsplannen woonwijken Lichtenvoorde en Groenlo, stadscentrum Groenlo en Dorpskern Lichtenvoorde, bedrijventerreinen Oost Gelre, kern Mariënvelde en buurtschap Zwolle, wordt uitgegaan van de getekende bouwvlakken. Bij de overige verouderde bestemmingsplannen (Lievelde, Harreveld en Vragender) wordt uitgegaan van de volgende bepalingen. Bij berekening van de bouwvlakken wordt uitgegaan van de volgende (denkbeeldige) bouwvlakken / bouwstroken. Gerekend vanaf de voorgevel van de woning.
Een bouwdiepte van 10m voor rijenwoningen
Een bouwdiepte van 12 m voor twee-onder-een-kapwoningen
Een bouwdiepte van 15 voor vrijstaande woningen.
Bij vrijstaande woningen en hoeksituaties zijn bouwvlakken voor wat betreft de breedte gelijk aan de hoofdmassa van de woning onder de voorwaarden dat het bouwvlak minimaal 1 meter uit de perceelsgrens gelegen is en altijd achter de verlengde voorgevel ligt van de woningen aan de straatzijde.
Alle bijbehorende bouwwerken buiten de (denkbeeldige) bouwvlakken / bouwstroken worden meegerekend bij de oppervlaktebepaling.
Bouwen op een zijerf in een tuinbestemming bij een woning
Het bouwen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of carport/overkapping op de bestemming Tuin is toegestaan onder de voorwaarden dat:
de afstand tot openbaar toegankelijk gebied minimaal 1 meter is;
het bijbehorend bouwwerk, gericht naar het openbaargebied groen wordt ingepast (bijvoorbeeld een beukenhaag);
het bijbehorend bouwwerk minimaal 1 meter achter de woning is gesitueerd;
maximaal 30 m2 mag op de bestemming tuin gebouwd worden, met in achtneming de maximum m2 bijbehorende bouwwerken onder van artikel (3.3.1) 1 lid a onder f;
de maximale goot- en bouwhoogte 2,5 meter bedraagt;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
Bouwen aan de voorgevel bij een woning
Het uitbreiden van een woning, gelegen op aangrenzende gronden met de bestemming Wonen aan de voorzijde met een uitbouw door middel van overschrijding van de voorgevel is toegestaan onder voorwaarden dat:
de bouwhoogte van de uitbouw maximaal 3 m bedragen mag, maar niet hoger dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw mag zijn;
de breedte van de uitbouw maximaal 50% mag bedragen van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel van de woning;
de diepte van de uitbouw maximaal 50% mag bedragen van de diepte van de aanwezige ruimte tussen de voorgevel en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens, met een maximum van 1,5 m.
Bijbehorende bouwwerken bij niet woonbestemmingen als hoofdgebouw
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
Bijbehorende bouwwerken mogen alleen worden opgericht in het achtererfgebied, met uitzondering van carports en overkappingen;
Een bijbehorend bouwwerk mag zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
Alle bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 1m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
Een carport of overkapping mag 0,3 meter achter de verlengde voorgevel geprojecteerd worden, voor zover niet gesitueerd op een naar het openbaargebied gekeerd zijerf. De overkapping of carport moet rank uitgevoerd worden. Het boeiboord mag maximaal 30 cm zijn;
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag maximaal 70 m² bedragen, waarbij het bebouwingspercentage op het bouwperceel niet meer dan 50% mag bedragen;
De goothoogte mag maximaal 3 m bedragen;
De bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen en mag niet hoger zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
De afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt minimaal 1 m.
1.b. Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
de oppervlakte niet meer dan 150 m2
Er is een actueel bestemmingsplan Buitengebied van toepassing. Er is dan ook geen aanleiding om verdere bebouwing toe te staan. In het kader van het beleid voor buitengebied om versteniging zo veel mogelijk tegen te gaan, wordt er geen medewerking verleend aan nieuwe verzoeken.
Bijbehorende bouwwerken met een recreatiewoning als hoofdgebouw
Bijbehorende bouwwerken bij Belegh van Groll en Residence Lichtenvoorde
Er is een actueel bestemmingsplan (Buitengebied) van toepassing voor het Belegh van Groll en Residence Lichtenvoorde. Er worden geen buitenplanse afwijkingen verleend.
Bijbehorende bouwwerken bij Marveld
Voor Marveld wordt er op dit moment een bestemmingsplan opgesteld. Tot die tijd zijn er geen beleidsregels vastgesteld. Per verzoek kan er gemotiveerd besloten worden om medewerking te verlenen.
2. Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, (van het Bor) dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 5 m, en
de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
zijn de volgende beleidsregels vastgesteld:
Nutsvoorzieningen
Voor gebouwen ten behoeve van een openbare nutsvoorziening, de telecommunicatie, het openbaar vervoer of het trein-, water-, of wegverkeer onder de voorwaarde dat:
het brutovloeroppervlak niet groter mag zijn dan 50 m2.
De bouwhoogte mag maximaal 3 meter bedragen.
Voor alle andere situaties zijn er geen beleidsregels vastgesteld. In een verzoek tot afwijking dient duidelijk gemotiveerd te worden waarom er medewerking verleend dient te worden. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen. Bij beoordeling van een verzoek worden in ieder geval de volgende aspecten overwogen:
Is het verzoek passend in het gemeentelijke, provinciaal en rijksbeleid?
Wordt het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig aangetast?
Wordt de stedenbouwkundige structuur niet aangetast door:
Aantasting van de bebouwingskarakteristiek;
Aantasting van de karakteristiekheid van de openbare ruimte;
Aantasting van de historie qua verschijning, functie of tijdsbeeld;
Aantasting van de stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing.
Is de verkeersveiligheid gegarandeerd?
Worden de belangen van derden niet onevenredig geschaad?
Is de economische uitvoerbaarheid door de gemeente aangetoond?
3. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een gedeelte van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
Niet hoger dan 10 m, en
De oppervlakte niet meer dan 50 m²;
Erfscheidingen met een woning als hoofdgebouw
Voor het realiseren van een erfafscheiding zijn de volgende beleidsregels vastgesteld.
De erfafscheiding wordt 3 meter achter de voorgevel gerealiseerd;
De hoogte mag maximaal 2 meter bedragen;
De erfafscheiding dient bij een horizontale verdeling voor maximaal het onderste 1/3 deel gesloten te zijn. Het bovenste 2/3 deel dient transparant en groenondersteunend te zijn.
De erfafscheiding dient bij een verticale verdeling voor maximaal 50% gesloten te zijn met een maximum van 6 meter (al dan niet aaneengesloten). Het overige gedeelte dient transparant en groenondersteunend te zijn.
De erfafscheiding dient bij een gecombineerde horizontale en verticale verdeling voor maximaal het onderste 1/3 deel gesloten te zijn én voor maximaal 1/3 deel van de lengte met een maximum van 4 meter van de lengte volledig gesloten te zijn. Het overige gedeelte dient transparant en groenondersteunend te zijn.
De hierboven vermelde gedeeltes van de erfafscheiding die transparant en groenondersteunend dienen te zijn, mogen ook vrij zijn van bebouwing.
Overige bouwwerken
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, passend in het bouwperceel van de woonbebouwing, zoals pergola’s, zwembaden en dierenverblijven onder de voorwaarden dat:
De bouwhoogte, gemeten vanaf het aansluitende terrein, ten hoogste 3 meter mag bedragen;
Het bebouwingspercentage van 50% niet overschreden mag worden;
Het bruto-vloeroppervlak niet groter mag zijn dan 25m2.
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals speeltoestellen op openbare speelterreinen, geluidsschermen, lichtmasten etc onder de voorwaarden dat:
de bouwhoogte, gemeten vanaf het aansluitende terrein, ten hoogste 5 meter mag bedragen;
het bruto-vloeroppervlak niet groter mag zijn dan 25 m2.
Reclame-uitingen
Bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals reclame-uitingen onder de voorwaarden dat:
de reclame-uiting betrekking heeft op activiteiten die op hetzelfde erf plaatsvinden als waar de reclame-uiting geplaatst wordt;
het aantal omgevingsvergunningplichtige r eclame-uitingen niet meer dan 1 per perceel mag bedragen (3 vlaggenmasten, die naast elkaar staan, worden gelijk gesteld aan 1 reclame- uiting).
gevelreclames evenwijdig aan de gevel niet breder mogen zijn dan 70% van de gevelbreedte en niet hoger dan 1 meter;
gevelreclames loodrecht aan de gevel maximaal 1 x 1 x 0,25 meter mogen zijn;
De bouwhoogte mag maximaal 10 meter bedragen.
Bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals reclame-uitingen, in bestemmingen onbebouwd, met uitzondering van agrarische bestemmingen, onder de voorwaarden dat:
de reclame-uiting betrekking heeft op activiteiten die op hetzelfde erf plaatsvinden als waar de reclame-uiting geplaatst wordt;
de reclame-uiting in een denkbeeldig grondvlak van 1m2 geplaatst dient te worden met een maximale hoogte van 3 meter;
het grondvlak minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens dient beginnen;
bij hoekpercelen, vanwege de verkeersveiligheid, een minimale afstand van 5m vrij dient te blijven van bebouwing gemeten aan weerszijden vanaf het hoekpunt van de openbare weg;
Aankondigingborden voor evenementen
Per verzoek zal een afweging worden gemaakt: er zijn aparte beleidsregels voor aankondigingborden. Voor alle andere situaties zijn er geen beleidsregels vastgesteld. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen.
Solar Tracker
Binnen de bebouwde kom
Voor het bouwen van solar trackers zijn de volgende beleidsregels van toepassing.
Bij een hoofdgebouw is de bouw van maximaal één solar tracker toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de solar tracker mag alleen worden geplaatst in het achtererfgebied;
de afstand van de oppervlakte van de solar tracker tot de bouwpreceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter;
de oppervlakte van de solar tracker ligt geheel achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw;
de zijdelingse hoogte van de solar tracker bedraagt maximaal 3 meter;
de maximale hoogte van de solar tracker is niet hoger dan 6 meter en niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
de energieopbrengst van de solar tracker wordt gebruikt voor de eigen energievoorziening.
Buiten de bebouwde kom
Voor het bouwen van solar trackers zijn de volgende beleidsregels van toepassing.
Bij een (reguliere) woning of bedrijfswoning als hoofdgebouw is de bouw van maximaal één solar tracker toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de solar tracker mag alleen worden geplaatst in het achtererfgebied;
de afstand van de oppervlakte van de solar tracker tot de bouwperceelgrens bedraagt minimaal 1 meter;
de oppervlakte van de solar tracker ligt geheel achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw;
de zijdelingse hoogte van de solar tracker bedraagt maximaal 3 meter;
de maximale hoogte van de solar tracker is niet hoger dan 6 meter en niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
de energieopbrengst van de solar tracker wordt gebruikt voor de eigen energievoorziening.
Binnen een agrarisch bouwvlak is de bouw van solar trackers toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de solar trackers worden geplaatst binnen het bouwvlak;
de maximale hoogte van de solar tracker is niet hoger dan 10 meter;
de energieopbrengst van de solar trackers wordt gebruikt voor de eigen energievoorziening.
4. Een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard;
Dakopbouwen
Dakopbouwen zijn alleen aan de kant van het achtererfgebied toegestaan.
Maximaal 1 dakopbouw per woning.
Afstand tot dakvoet minimaal 0,50 meter.
De hoogte van de dakopbouw mag maximaal 1,5meter bedragen van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak. De afstand wordt gemeten vanaf de voet van de dakopbouw tot de bovenzijde van boeiboord of daktrim.
Gootlijn van de dakopbouw mag niet hoger liggen dan de nokhoogte van het oorspronkelijke dak van het hoofdgebouw.
De breedte, situering wordt per verzoek beoordeeld. Dit zal worden voorgelegd aan welstand. Een positief welstandsadvies is in algemene zin noodzakelijk.
In alle andere situaties wordt er geen medewerking verleend.
5. Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
In beginsel wordt elk verzoek afzonderlijk beoordeeld. We gaan wel uit van de volgende algemene randvoorwaarden:
De gemeente gaat uit van het principe van ‘mastsharing’. Dat wil zeggen dat in één mast meerdere antennes werkzaam kunnen zijn. Het is niet wenselijk om meerder masten vlak bij elkaar te plaatsen.
Zendmasten dienen zoveel mogelijk op bestaande gebouwen worden geplaatst. Een bedrijfsgebouw heeft de voorkeur boven een woongebouw.
Bij het plaatsen van een mast naast een gebouw, dient de mast achter op de kavel geplaatst te worden. Masten mogen niet voor de voorgevelrooilijn staan.
Het plaatsen van een mast in het buitengebied wordt nooit in de open ruimte gedaan, maar in de rand van open ruimte of in bebost gebied.
Bij het plaatsen van een mast langs een openbare weg moet de precieze plek van de mast enigszins van de weg afliggen. Zo wordt de mast opgenomen in het beeld van de langs de weg liggende groenstrook.
De bij de mast behorende bijgebouwen (technische installaties) moeten uit het directe zicht worden geplaatst en zo nodig landschappelijk ingepast.
Voor plaatsing in het buitengebied gelden dezelfde voorwaarden. Het is gewenst de masten ruimtelijk te koppelen aan andere infrastructurele werken, bijvoorbeeld de spoorlijn of doorgaande autowegen (N18).
6. Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
Er zijn geen beleidsregels vastgesteld. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen.
7. Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
Er zijn geen beleidsregels vastgesteld. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen.
8. Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; Er zijn de volgende beleidsregels vastgesteld:
Afwijken bestemmingsplan naar aanleiding van nieuw beleid archeologie
In februari 2020 is het Archeologiebeleid Oost Gelre vastgesteld. Aanvragen om afwijking van het bestemmingsplan worden getoetst aan dit beleid. Bij een bouwaanvraag die past in het bestemmingsplan kan echter de situatie ontstaan dat op grond van het bestemmingsplan een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, terwijl dat vanuit het beleid niet hoeft. Wanneer men in die situatie geen archeologisch rapport wil aanleveren, dan kan men een aanvraag indienen voor de activiteit ‘het strijdig gebruiken van gronden’. Met een buitenplanse afwijking op grond van artikel 4, lid 8, 9 of 11 Bijlage II Bor kan dan afgeweken worden van de regels uit het bestemmingsplan voor wat betreft het aanleveren van het archeologisch rapport en/of de artikelen met betrekking tot de vergunningplicht voor het uitvoeren van werken. Toetsingskader is dan het Archeologiebeleid Oost Gelre.
Voor overige verzoeken tot gebruiken van gronden zijn geen beleidsregels vastgesteld. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen.
9. Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers;
Er zijn de volgende beleidsregels vastgesteld:
Realisatie aan huis verbonden beroep
Voor het toestaan van een beroep aan huis onder de voorwaarden dat:
Maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m2.
Realisatie aan huis verbonden bedrijf
Voor het toestaan van een bedrijf aan huis onder de voorwaarden dat:
Het medegebruik moet ondergeschikt zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50m2;
Slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in bijlage 2 bijgevoegde 'Lijst aan huis gebonden bedrijven';
Geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden bedrijf;
Het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken;
Het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving;
Op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers.
Bed & Breakfast
Een gebruikswijziging ten behoeve voor het gebruik van een deel van tot woning bestemd pand en / of bijbehorend bouwwerk voor een bed & breakfest onder de voorwaarden dat:
De woonfunctie ten alle tijden als overwegende hoofdfunctie gehandhaafd blijft en dat de hoofdgebruiker dan ook ´s nachts in de woning verblijft;
De omvang beperkt is tot maximaal 30 % van het vloeroppervlak van de op het perceel aanwezige bebouwing;
Het aantal kamers ten behoeve van bed & breakfast maximaal 5 mag bedragen. Voor zover sprake is van twee kamers ten behoeve van bed & breakfast of meer wordt voor deze kamers een parkeernorm van 1 parkeerplaats op eigen terrein per kamer gehanteerd;
Het gebruik geen onevenredige hinder oplevert voor het woon- en leefmilieu en geen afbreuk doet aan het karakter van de buurt;
Het gebruik geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer en/of geen aanleiding geeft tot onevenredige parkeerdruk;
Voldaan wordt aan de overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving, onder andere voor wat betreft brandveiligheid;
Mantelzorg
Het toestaan van mantelzorg in een woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken dan wel voor het bouwen van een mantelzorgunit, onder de voorwaarden dat:
Er door middel van een indicatie voor mantelzorg aantoonbaar behoefte bestaat aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden;
De totale oppervlakte ten behoeve van mantelzorg per bouwperceel niet meer dan 55 m² mag bedragen;
Het bebouwingspercentage op het bouwperceel maximaal 60% mag bedragen na realisatie van de mantelzorg;
Indien een kavel kleiner is dan 200 m2 mag het bebouwingspercentage maximaal 70% bedragen, mits er minimaal 25 m2 aan tuin/onbebouwde ruimte in het achtererfgebied over blijft;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
Er maximaal sprake mag zijn van 1 bouwlaag;
Een vrijstaande mantelzorgunit binnen een afstand van 10 m gerekend van het hoofdgebouw wordt gebouwd;
In alle gevallen sprake is en blijft van afhankelijke woonruimte;
Indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de omgevingsvergunning wordt ingetrokken en de situatie in en om de woning wordt teruggebracht in de oude staat (voor units), dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan.
Voor alle andere situaties zijn er geen beleidsregels vastgesteld. In een verzoek tot afwijking dient duidelijk gemotiveerd te worden waarom er medewerking verleend dient te worden. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen. Bij beoordeling van een verzoek worden in ieder geval de volgende aspecten overwogen:
Is het verzoek passend in het gemeentelijke, provinciaal en rijksbeleid?
Wordt het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig aangetast?
Wordt de stedenbouwkundige structuur niet aangetast door:
Aantasting van de bebouwingskarakteristiek;
Aantasting van de karakteristiekheid van de openbare ruimte;
Aantasting van de historie qua verschijning, functie of tijdsbeeld;
Aantasting van de stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing.
Is de verkeersveiligheid gegarandeerd?
Worden de belangen van derden niet onevenredig geschaad?
Is de economische uitvoerbaarheid door de gemeente aangetoond?
Afwijken bestemmingsplan naar aanleiding van nieuw beleid archeologie
In februari 2020 is het Archeologiebeleid Oost Gelre vastgesteld. Aanvragen om afwijking van het bestemmingsplan worden getoetst aan dit beleid.
Bij een bouwaanvraag die past in het bestemmingsplan kan echter de situatie ontstaan dat op grond van het bestemmingsplan een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, terwijl dat vanuit het beleid niet hoeft.
Wanneer men in die situatie geen archeologisch rapport wil aanleveren, dan kan men een aanvraag indienen voor de activiteit ‘het strijdig gebruiken van gronden’. Met een buitenplanse afwijking op grond van artikel 4, lid 8, 9 of 11 Bijlage II Bor kan dan afgeweken worden van de regels uit het bestemmingsplan voor wat betreft het aanleveren van het archeologisch rapport en/of de artikelen met betrekking tot de vergunningplicht voor het uitvoeren van werken. Toetsingskader is dan het Archeologiebeleid Oost Gelre.
10. Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
De recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen;
De bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden,
De bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en
De bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was.
Er zijn geen beleidsregels vastgesteld. Het bestemmingsplan is uitgangspunt en in principe wordt er geen medewerking verleend. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen.Toetsingskader is de beleidsnotitie “Permanente bewoning van recreatieverblijven”.
11. Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Voor het toestaan van een tijdelijke woonunit bij een woning zijn de volgende beleidsregels van toepassing:
er moet een tijdelijke woonbehoefte zijn in verband met (ver)bouw van de woning;
toegestaan voor een maximum periode van 3 jaar;
de woonunit moet in het achtererfgebied geplaatst zijn en voor zover het een perceel in het buitengebied betreft moet de woonunit in het bouwblok of agrarisch bouwperceel liggen.
Voor het toestaan van evenementen zijn de volgende beleidsregels van toepassing:
maximum van drie per jaar;
een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenementen, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen.
Afwijken bestemmingsplan naar aanleiding van nieuw beleid archeologie
In februari 2020 is het Archeologiebeleid Oost Gelre vastgesteld. Aanvragen om afwijking van het bestemmingsplan worden getoetst aan dit beleid. Bij een bouwaanvraag die past in het bestemmingsplan kan echter de situatie ontstaan dat op grond van het bestemmingsplan een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, terwijl dat vanuit het beleid niet hoeft. Wanneer men in die situatie geen archeologisch rapport wil aanleveren, dan kan men een aanvraag indienen voor de activiteit ‘het strijdig gebruiken van gronden’. Met een buitenplanse afwijking op grond van artikel 4, lid 8, 9 of 11 Bijlage II Bor kan dan afgeweken worden van de regels uit het bestemmingsplan voor wat betreft het aanleveren van het archeologisch rapport en/of de artikelen met betrekking tot de vergunningplicht voor het uitvoeren van werken. Toetsingskader is dan het Archeologiebeleid Oost Gelre.
Voor overige verzoeken tot gebruiken van gronden of bouwwerken zijn geen beleidsregels vastgesteld. Hetbestemmingsplan is uitgangspunt en in principe wordt er geen medewerking verleend. Gemotiveerd kan perverzoek besloten worden om medewerking te verlenen.