Het is de schipper van een vaartuig dat ligplaats heeft ingenomen aan een wal, die is
voorzien van elektrische stroomkasten, verboden gebruik te maken van aggregaten ten
behoeve van de opwekking van elektriciteit.
De schipper is voor de elektriciteitsvoorziening verplicht gebruik te maken van de in het eerste lid bedoelde stroomkasten.
Het college kan van het in het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.
AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING
Artikel 4:7 Straatvegen •
[vervallen]
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN
Artikel 4:10 Begripsbepalingen Ω
In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden •
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de Bomenlijst Alphen aan den Rijn.
De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
de natuurwetenschappelijke waarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
de dendrologische waarde van de houtopstand.
Het bevoegd gezag kan een herplantplicht en/of vergoeding van de waarde van de boom opleggen onder nader te stellen regels.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval verleend wanneer er sprake is van:
een binnen afzienbare tijd te verwachten gevaarlijke situatie ten gevolge van een ernstige aantasting van de boom, door bijvoorbeeld zwammen;
sterfte van de boom.
Artikel 4:12 Uitzondering •
In afwijking van het bepaalde in artikel 4:11 mag een beschermwaardige boom zonder vergunning van het college, nadat een beëdigd taxateur van bomen of een boomveiligheidscontroleur hierover is geraadpleegd en het voornemen om de boom te kappen bij het college is gemeld, worden geveld wanneer er sprake is van:
ziekte die krachtens de Plantenziektenwet door middel van het vellen van de boom bestreden moet worden;
acuut gevaarlijke situatie voor personen en/of onroerend goed, bij schade door storm / blikseminslag / het verkeer en dergelijke.
AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:22 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.
Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de provinciale milieuverordening.
Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen Ω
[gereserveerd]
Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame
Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor:
het verkeer in gevaar wordt gebracht;
hinder ontstaat voor de omgeving, of;
het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast.
Voor de toepassing van het eerste lid kan het college nadere regels stellen.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter, geplaatst op eigen terrein met een maximum van 1 stuk, die betrekking heeft op:
openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en hiervoor een bouwvergunning is verleend, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;
opschriften of aankondigingen van tijdelijke aard mits deze betrekking hebben op een door het college afgegeven vergunning voor een evenement op grond van artikel 2:25 Algemene plaatselijke verordening, niet langer dan voor de looptijd van deze vergunning en wanneer wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2:10 Algemene plaatselijke verordening.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening.
Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame
[vervallen]
AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN Ω
Artikel 4:17 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd, of waarvoor een planologische procedure is doorlopen op grond van de artikelen 3.10, 3.22, 3.23 of 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:
de bescherming van natuur en landschap;
de bescherming van een stadsgezicht.
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4:18, eerste lid niet geldt.
Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.
HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN
Artikel 5:1 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
Het is verboden op een door het college aangewezen weg of openbare parkeergelegenheid een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.
Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg of openbare parkeergelegenheid te plaatsen of te hebben.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen •
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente op de weg of op een openbare parkeergelegenheid.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het parkeren:
a op de daartoe door het college aangewezen wegen en/of openbare
parkeergelegenheden;
b op werkdagen van 7:00 tot 18:00 gedurende ten hoogste één uur;
c binnen de bebouwde kom van het gemeentedeel Aarlanderveen.
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen Ω
[vervallen]
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
Dit verbod is niet van toepassing:
op de weg;
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;
op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
AFDELING 2. COLLECTEREN
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen •
Het is verboden zonder voorafgaande melding bij het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. De melding dient uiterlijk 2 weken voor aanvang van de collecte bij het college te zijn gedaan.
Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Het college is bevoegd nadere regels te stellen.
Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor:
instellingen die zijn vermeld op het landelijke collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen periode;
in de Gemeente Alphen aan den Rijn gevestigde verenigingen en stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten een doel nastreven dan van algemeen (gemeenschaps) belang is en die geld of goederen inzamelen buiten de periodes die door het Centraal Bureau Fondsenwerving zijn toegewezen aan gecertificeerde instellingen en zich hebben gemeld bij de gemeente.
AFDELING 3. VENTEN ÷
Artikel 5:14 Begripsbepaling
[vervallen]
Artikel 5:15 Ventverbod
[vervallen]
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
[vervallen]
AFDELING 4. STANDPLAATSEN Ω
Artikel 5:17 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning tevens worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
bij strijdigheid met de nadere regels zoals in lid 4 bedoeld.
Het college kan nadere regels met betrekking tot de vergunningverlening stellen.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.
AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Ω
Artikel 5:22 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.
Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:
een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren, toe te laten, te bevorderen of gelegenheid toe te geven.
Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan.
AFDELING 6. OPENBAAR WATER
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Artikel 5:24a Snelheid op openbaar water •
Het is verboden op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water met een door mechanische kracht voortbewogen vaartuig te varen met een grotere snelheid dan 9 kilometer per uur.
Artikel 5:24b Varen in riet e.d. •
1 Het is verboden met een vaartuig te liggen, te ankeren of te varen in of door riet of ander watergewas dan wel riet of watergewas op andere wijze te vernielen of te beschadigen of zich op zodanige wijze te gedragen dat dit riet of watergewas beschadigd kan worden.
2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet in de gevallen waarin de Verordening watergebieden en pleziervaart Zuid-Holland van toepassing is.
HOOFDSTUK 4 › AFDELING 1.
Artikel 4:6e
(Geluid)hinder door schepen •
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den 2010
Verwijzingen
- artikel 2
- Artikel 5
- Artikel 4
- artikel 1
- artikel 1
- Artikel 5
- Artikel 4
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 4
- Artikel 4
- Artikel 5
- artikel 2
- artikel 40 van de Woningwet
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 4
- Artikel 4
- Artikel 4
- Artikel 4
- Artikel 5
- artikel 4
- artikel 1
- artikel 4
- Artikel 4
- artikel 4
- artikel 4
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 160
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 1
- Artikel 5
- artikel 2
- Artikel 5
- artikel 160
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 2
- artikel 5